Marcel Van Maele

, door (rv)

18372_marcel-van-maele.jpg

Humo 3479, 8 mei 2007 in Dwarskijker

 

'Nee, ik speel niet mee'

(Canvas - 1 mei 2007)

In het voorlaatste jaar van de middelbare school had ik, in tegenstelling tot mijn leraar Nederlands, de volgende boeken van Marcel Van Maele gelezen: 'Gedichten 1956-1970', 'Kraamanijs', 'Scherpschutterfeest', 'Koreaanse vinken' en 'Ik ruik mensenvlees, zei de reus'. Ze waren grillige jazz op papier en barstten van het woordenspel - de moedertaal leek ineens een exotische woekerplant die om mijn zieltje rankte, waardoor het, vreemd genoeg, meer zuurstof kreeg. In tegenstelling tot mijn leraar Nederlands was ik erg vatbaar voor die teksten. Alles wat tegen de opgelegde grijswaarden indruiste, kwam me in die tijd goed van pas. En ook nu nog.

Ik ben Marcel Van Maele, dichter, prozaschrijver, beeldend kunstenaar en verlichte schelm, niet vergeten. En ik ben blij dat Canvas de documentaire 'Nee, ik speel niet mee' heeft uitgezonden, een portret van de kunstenaar als radicale eenling, bezijden het literaire wereldje, en bij uitbreiding: bezijden het woeden der gehele wereld. Ik zie Marcel Van Maele nog niet zo snel een eredoctoraat in ontvangst nemen, tenzij dan in zijn adamskostuum.

Hij is inmiddels diep in de zeventig, en blind. Vreemd dat zijn blindheid in deze documentaire niet ter sprake kwam, terwijl ze me toch wezenlijk toeschijnt voor zijn latere kunstenaarschap. Kiesheid is nu ook weer niet altijd een goed idee. Het is me bekend dat hij een avontuurlijk leven heeft geleid, een zwervend bestaan zelfs, en het is me evenzeer bekend dat hij daar meeslepend én geestig over kan vertellen.

Hoewel Guido Lauwaert zei dat Marcel Van Maele de maatschappelijke inperkingen en beknellingen met humor te lijf ging, bleef dat aspect in deze documentaire onderbelicht. Misschien wilde de kunstenaar ook niet voor de volle honderd percent meespelen in dit programma, want een vraag over zijn tijd als oorlogsvrijwilliger in Korea wuifde hij enigszins geïrriteerd weg. Over zijn kindertijd in het bedompte Brugge leek hij liever te vertellen: hij was een zogenaamd moeilijk opvoedbaar jongetje, dat door zijn moeder zelfs naar een exorcist werd gebracht. Geen half werk. De zondagen op de kostschool stonden hem ook nog levendig bij: drie missen bijwonen en tussendoor ook eens naar het lof gaan, en 's avonds strafwerk maken als toemaatje. En nog wilde Marcelletje niet deugen, falderie, faldera. Waar zijn verwoede vrijheidsdrang vandaan kwam, zowel in het leven zelf als in de taal, was wel duidelijk.

Zijn plastisch werk, dat in dit programma ruim aan bod kwam, vertoont merkwaardige overeenkomsten met de beeldende kunst van Marcel Broodthaers, die van origine ook een dichter was. Zowel Broodthaers als Marcel Van Maele had, na ingezien te hebben dat je haast niemand bereikt met poëzie, een dichtbundel onklaar gemaakt: Broodthaers had zijn 'Pense-Bête' (1964) tot onleesbaarheid veroordeeld door dat boek in een gipsen sokkel vast te zetten, en Marcel Van Maele had negen jaar later zijn 'Vakkundig hermetisch' in perspex gegoten. Hij maalde niet om die parallel, en de weduwe van Broodthaers ook al niet. Zij vertelde en passant een waar gebeurd kerstverhaal.

Op een kerstavond zat ze samen met Broodthaers te hongeren in hun appartement aan de Naamse Poort in Brussel. Ze hadden geen cent te makken, en van de wind leven was geen pretje in de winters van toen. Er werd aangebeld: als bij wonder bracht een kennis hen een kalkoen, die ze helaas bij gebrek aan een adequaat kooktoestel niet konden bereiden. Het schoot Broodthaers te binnen dat Marcel Van Maele in die tijd wél geëquipeerd was in de keuken. Het paar vatte een barre voettocht naar Koekelberg aan, waar Van Maele in die tijd was neergestreken. Hij bleek thuis te zijn, en bovendien vele flessen wijn in voorraad te hebben, maar niets om te eten. 'Het werd de mooiste kerstavond van mijn leven,' zei de weduwe, en ik voelde de nawerking van dat geluk.

Laat ik Marcel Van Maele even een plezier doen door in een blad met grote oplage een gedicht van hem te citeren: deel 2 van 'De Pantoffelheld', uit 2000. Take it away, Marcel!

'Hij en zij, met gespreide benen
Voor de open haard.

Haar rokje
korter dan een broeksriem breed
en in zijn kruis
jeukte de plicht.

'Verhoor de krekels
in mijn dichterlijke gewrichten,'
smeekte hij.
'Reuma,' zei ze.

En uitdagend reciteerde zij de namen
van haar vele minnaars zodat hij
moegetergd uit z'n te nauwe schoenen stapte
en zich koesterde in de sloffen van z'n taal
.'

Die zit.

Humo 3479 08/05/2007

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 8 mei 2007

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan