
Cees Nooteboom: ''s Nachts komen de vossen' (De Bezige Bij)
De auteur: Cees Nooteboom
(1933) is een literaire nomade met drie vaste woonplaatsen (Amsterdam, Berlijn en Menorca). Sinds zijn debuutroman 'Philip en de anderen' (1955) heeft hij een kleine container vol essays, reisverhalen, romans en biografische aantekeningen geschreven die op hun beurt de wereld bereisden als vertalingen. 'Het doodzieke aapje N.' - het koosnaampje waarmee wijlen Gerard Reve 'm bedacht - kreeg in 2003 de Oostenrijkse Staatsprijs voor Europese Literatuur en in 2009 de Prijs der Nederlandse Letteren.De vraag vooraf:
op de auteursfoto op het achterplat van ''s Nachts komen de vossen' valt zowaar een lichte krulling der mondhoeken waar te nemen. Een stijlbreuk, want Nooteboom glimlacht nooit op foto's. Hoe komt dat zo?Cees Nooteboom
(in 1998 in Humo) «Ik word geconfronteerd met het simpele maar vervelende feit dat ik niet gefotografeerd kán worden. Ik zou moeten kunnen lachen, ik zou me net zo vriendelijk moeten kunnen voordoen als ik in wezen ben. Dat lukt allemaal niet. (...) Als mensen de foto's uit de tijd van 'Rituelen' (één van Nootebooms bekendste romans, red.) bekijken en vervolgens concluderen dat ik een arrogante klootzak ben, heb ik daar zeer veel begrip voor. Ik ben het niet eens met dat pantser, maar er is weinig aan te doen. Zodra ik er probeer uit te zien zoals ik me doorgaans voel, zie ik eruit als iemand die op weg is naar de autopsie.»Het begin:
'Gondels zijn atavistisch, hij wist niet meer waar hij dat gelezen had, en wilde daar nu ook niet over nadenken omdat er dan, dacht hij, iets van het pathos van het ogenblik zou vervliegen.'Het slot:
'Ik was gelukkig maar er is niemand aan wie ik het kan vertellen. Ik moet wachten tot de storm en de zee me weer roepen naar het verste punt. Dat is de afspraak.'Daartussenin:
acht verhalen doordesemd van de vergankelijkheid en geparfumeerd met de onontkoombaarheid van de dood. Nootebooms vertellers weven een web met rafelige herinneringen, mijmeren over things gone by of reconstrueren de levens van de anonieme gezichten op vergeelde foto's, in het volle besef dat die hun raadsels nooit helemaal zullen prijsgeven: 'Alles is hypothese, bedenksel. Literatuur, als je wilt, verzinsel.'De inspiratie:
de Paula uit 'Paula II', zo merkte een Nederlandse criticus op, vertoont wel enige gelijkenissen met Marina Schapers, de vrouw van componist Peter Schat die te pletter viel op de rotsen en die vereeuwigd staat in boeken van Claus en Mulisch alsook in Connie Palmens 'Lucifer'. Dat vond ook Nootebooms redactrice Suzanne Holtzer, die bij de boekvoorstelling van ''s Nachts komen de vossen' een estafetteverhaal voorlas waarvoor had ze fragmenten van Claus, Mulisch, Palmen en Nooteboom netjes aan elkaar had gemonteerd.Nooteboom
(in De Morgen) «Ik was daar totaal door verrast, maar er kan iets van kloppen. Ik zei Suzanne dat het zonde was dat ze het in het openbaar had verteld, want ze heeft iets achterhaald waar de Nederlandse kritiek nog in geen zevenhonderd jaar achter zou komen (lacht).»De vaststelling:
''s Nachts komen de vossen' is Nootebooms eerste volwaardige verhalenbundel sinds 1958. 'Artisanaal gemaakte kortverhalen waarin de anekdote naar de achtergrond is verdreven,' aldus de schrijver in De Morgen.Nooteboom
«Het staat ook zo in 'Heinz': als je kunst wilt maken, moet je indikken en samenpersen, daar is niets aan te doen. In een goed verhaal is de tijd zowel afgeschaft als aanwezig. Dat ambachtelijke van het kortverhaal zag je ook bij John Updike. Als je die verhalen beetpakt zie je hoezeer dat handwerk is, maar ook hoe dat anekdotische kunstwaardig wordt gemaakt. Maar ja: tegenwoordig willen lezers vooral anekdoten. Ze willen geamuseerd worden. Nou, dat lever ik per definitie níét. Ik zorg er altijd voor dat je een boek op meerdere niveaus kan lezen.»Nooteboom liep sowieso nooit hoog op met fictie, zo merkte Mark Schaevers in 1993 op toen hij de schrijver interviewde voor Humo.
Nooteboom
«Als ik zeg dat televisie en film bepaalde vormen van fictie achterhaald hebben, dan bedoel ik realistische fictie, die de werkelijkheid gewoon weerspiegelt, de 'kopieerlust des dagelijksen levens'. Van mij mag iedereen dit soort boeken schrijven, in zoverre ben ik een tolerant mens. Alleen: ik verveel me er dood bij. Dan heb ik liever vormen van fictie als die van Calvino. Fictie die vragen oproept, tegendraads is, met denken te maken heeft in plaats van amusement.»De man met de zeis:
de dood loert in ''s Nachts komen de vossen' niet alleen om iedere hoek, hij houdt de vertellers voortdurend gezelschap: 'Ook dood. Dat refrein zul je nog wel vaker horen.'Nooteboom
(in 2009 in VPRO Gids) «In 'Rode regen' beschrijf ik het eigenaardige moment waarop je meer doden kent dan levenden. Dan ben je werkelijk oud. Vorig jaar overleden mijn moeder, 97 jaar, en natuurlijk Hugo Claus. Dat was de grootste klap. Het wordt je wel ingepeperd. Maar al zou je een idioot zijn als dat je onberoerd liet, een licht gevoel van hilariteit bekruipt me ook. Dat je, zoals ze dat in Spanje noemen, op la recta final zit, het laatste rechte stuk.»Op de vraag of des schrijvers fascinatie voor de dood ook geen verlangen naar de dood verraadt, antwoordde de schrijver in 1998 in Humo:
Nooteboom
«Dat zou best kunnen, maar 't is niet zo leuk daarover na te denken. Over het algemeen ben ik een vrij vrolijk type, maar dat doodsverlangen is wel degelijk een wezenlijk deel van mijn psychische make-up. Dood zijn lijkt me niet zo vreselijk erg. Je hoeft er zelf ook niet bij te zijn. Maar heel erg vervelend blijft toch dat je dan Saint-Simon niet meer kan lezen.»






































![Parkour [videospecial]](http://img.humo.be/q100/w145/h82/http://img.youtube.com/vi/bWp0F-HKS_w/0.jpg)








![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


Koningin Elisabethwedstrijd
Dat is andere mayonaise dan jullie Rock Rally he mannekes!
ludovico capelli
Koningin Elisabethwedstrijd voor viool
Katelijne Boon / een concerto van benen / een viool waardig
Scheetje Poweetje
Er is nog hoop
Een poes heeft negen levens.
Marcelleke