Nieuwjaarsbrieven: van je kapoenen Lize Spit, Ruben Van Gucht en Aster Nzeyimana

, door (kt)

rubenvanguchtvrijbeeld

Lize Spit

'Oliebollen en appelflappen'

Lize Spit «De enige nieuwjaarsbrief die ik in een doos met oude spullen heb gevonden, zit op de achterzijde van een knutselwerkje geplakt dat ik in 1992 heb gemaakt. Ik was toen 4, en zat dus nog in de kleuterklas – ik vermoed dat de juffrouw er mijn naam onder had geschreven. 

»De tekst op die kaart is bezwaarlijk spannend te noemen: ‘Romme de bom, het oude jaar is om. Zoals de grote mensen, kom ik met mijn beste wensen. Voor iedereen een lach, en ook een lief woord elke dag. Nog een dikke zoen van je kleine kapoen.’ Nu ja: in de lagere school waren de teksten niet veel hoogstaander. Ik weet niet precies meer hoe ze gingen, maar het waren vast gelijkaardige karamellenverzen. Wat ik me wél nog herinner, is hoe we onze nieuwjaarsbrieven schreven. Of liever: overschreven van het schoolbord, op van dat wit lijntjespapier.

»Ik deed altijd mijn uiterste best: het moest echt perfect zijn. Als ik één beentje van een letter een tikje scheef zette, wilde ik al opnieuw beginnen. Vooral omdat ik niet wilde onderdoen voor mijn broer en twee zussen, want die staken ook veel tijd en energie in hun brieven en knutselwerkjes. Naarmate we ouder werden, daalde ook onze inzet. ’t Is gebeurd dat ik in de auto onderweg naar het feest nog rap iets in elkaar flanste: het resultaat was dan ook navenant. Moet je maar eens proberen, in een donkere, rijdende wagen iets schrijven of knutselen (lacht).»

HUMO Las je je brief voor tijdens een groots familiefeest, of toch maar in intieme kring?

Spit «Een deel van mijn familie woont in Nederland en een ander in West-Vlaanderen, dus ik zag ze niet zo heel vaak: zo’n nieuwjaarsfeest was dus een ideale gelegenheid om nog eens met z’n allen samen te komen. Soms konden we het niet voor iedereen inplannen: het is weleens voorgevallen dat ik mijn nieuwjaarsbrief pas in augustus kon voorlezen. En omdat mijn peter ergens diep in Nederland woonde, stuurde ik die brief soms op, waarna hij een centje op mijn rekening stortte.

»Enfin, dat voorlezen was een heel ritueel: mijn grootouders gingen elk in hun lederen fauteuil zitten, waarna we één voor één onze brief voorlazen. Ik was toch altijd wel een tikje zenuwachtig, ook al had ik mijn tekst altijd goed vanbuiten geleerd: er werd, zo leek het althans, heel wat van je verwacht – ook al stonden die brieven dan vol met plastic slagzinnen over een goeie gezondheid en veel liefde. Ik weet natuurlijk ook wel dat ze voor iedereen moesten kunnen dienen, maar als het zo universeel wordt dat je je amper nog aangesproken voelt, dan is het ook maar niks, toch? Nu ja: ik denk dat mijn grootouders er uiteindelijk altijd heel blij mee waren. Een opgroeiend kleinkind dat zijn best doet, is sowieso ontroerend, vermoed ik.

»Ik koester de allerbeste nieuwjaarsherinneringen aan de feesten bij mijn grootouders in Nederland, en dan vooral vanwege hun uitstekende eettraditie: briefje voorlezen, nootjes kraken, mezelf volstoppen met oliebollen en appelflappen en daarna – 2 kilo zwaarder – weer naar huis rijden. Het doet me wel verdriet dat we dat sinds het overlijden van mijn oma niet meer doen.»

HUMO Werd je na afloop beloond voor al dat harde schrijf- en voordrachtwerk?

Spit «Toen we nog heel jong waren, kregen we een cadeautje toegestopt. Ik denk dat mijn ouders het kochten en dan stiekem meesmokkelden in de auto. Later kregen we geld om zelf iets te kopen – hoe ouder, hoe minder romantisch het werd. Op den duur voelde het zelfs alsof het geld een soort lokaas was, opdat je toch maar je brief zou komen voorlezen. We deden onze enveloppe met geld trouwens pas open als we weer in de auto zaten: toch maar even checken of we allemaal hetzelfde bedrag hadden gekregen (lacht). Tikje beschamend als ik er nu over nadenk, maar vooral: jammer dat die mooie traditie zo werd uitgehold. Eigenlijk zou je als kind echt en oprecht iets moeten willen voorlezen, zonder dat er een beloning tegenover staat.»

HUMO Je toekomstige petekinderen zijn bij dezen gewaarschuwd: bij meter Lize vertaalt de dankbaarheid zich in een oprechte aai over de bol, eerder dan in harde cash.

Spit (lacht) «Wie weet. Al wil je natuurlijk ook niet door het leven gaan als de gierige meter, hè?»

Ruben Van Gucht

'Je troeteldiertje'

Ruben Van Gucht «Mijn moeder heeft al mijn nieuwjaarsbrieven netjes bijgehouden. Die van de eerste leerjaren waren voorgedrukt: we hoefden er alleen maar onze naam onder te schrijven en hup, klaar. Later moesten we de tekst van de juffrouw of de meester van het bord overschrijven.»

HUMO Ik vermoedde al dat je de wens ‘Dat je vriendschap en vreugde helpt mogelijk te maken, want voor tevreden mensen smaakt water als wijn!’ niet zelf had bedacht.

Van Gucht «Stel je voor, zeg. Als ik die brieven teruglees, vraag ik me oprecht af wat er door mijn ouders’ hoofd ging als hun zoon dingen voorlas als (citeert) ‘Een jaar boordevol nieuwe kansen om te voltooien met hart of met geest. Een jaar waarop jullie kunnen zingen en dansen, een jaar als een heerlijk feest.’ Zoiets zég je toch niet tegen mensen die je graag ziet? Niet dat ik mijn ouders geen heerlijk nieuw jaar gunde, maar zo zou het alleszins nooit uit mijn mond zijn gerold.»

HUMO Had je toen ook al het gevoel dat die stem niet bij jou hoorde?

Van Gucht «In het derde leerjaar vast nog niet, maar daarna moet ik zeker en vast gedacht hebben: ‘Dit ben ik niet.’ Nu ja: misschien dat ik zelfs die gedachte niet helemaal zo geformuleerd heb, maar het voelde alleszins wel raar aan. En dan zwijg ik nog van de manier waarop ik in het zesde studiejaar m’n brief ondertekende: ‘Je troeteldiertje, Ruben’ (rolt met de ogen). Het onderschrift in het vierde, ‘je deugniet’, lag dichter bij de waarheid.

»Ik snap wel waarom we zo’n standaardbrief moesten overschrijven, hoor. Stel dat je je leerlingen in het lager onderwijs opdraagt om hun eigen wensen te formuleren, dan mag je al blij zijn dat één op de tien meer dan drie zinnen bij elkaar geschreven krijgt, laat staan dat ze ook nog eens origineel zijn.»

HUMO In hoeverre lijkt je handschrift nog op dat uit het zesde leerjaar?

Van Gucht «Of het nog altijd even dramatisch is, bedoel je? In mijn lagereschooltijd was schoonschrift nog een vak, en je kunt zelf zien hoe slecht ik erin was – volgens mijn moeder schortte er wat aan mijn fijne motoriek. Ik had er echt nachtmerries van, en ik ben dolblij dat ik vandaag met de computer kan schrijven. Als ik al eens iets moet opschrijven, dan gebruik ik altijd drukletters, anders is het gewoonweg onleesbaar. Ook in mijn nieuwjaarsbrief gaan de letters alle richtingen uit: soms buigen ze naar links af, dan weer naar rechts – ’t is een rommeltje. Ik was echt stikjaloers op mensen die mooi konden schrijven.»

HUMO Las je je brief voor op nieuwjaarsdag, of eerder?

Van Gucht «Op kerstdag. We kwamen altijd samen op de Hippique, een soort manège in een naburig dorp: daar was een chalet met een toog en houten tafeltjes, die bedekt waren met van dat groen gekruld papier – ik zie het nog zo voor me. Vlakbij was een bos waar de kinderen gingen ravotten; mijn moeder was thuis met negen kinderen, dus we waren toch algauw met een stuk of twintig kleinkinderen. In de loop van de namiddag werd iedereen naar binnen geroepen en werden de stoelen gedraaid zodat er een soort aula ontstond. En toen begonnen we onze brieven voor te lezen, van jong naar oud, netjes in het midden, met grootmoeder en grootvader op de eerste rij.»

HUMO Stond je met knikkende knieën te wachten tot je aan de beurt was?

Van Gucht «Nee, ik behoorde gelukkig tot het kamp dat de anderen hoorde sterven van de stress. Ik deed in de lagere school weleens mee aan voordrachtwedstrijden, en ik werd wel vaker uitgekozen vanwege m’n grote mond – ik kon het inderdaad nogal goed uitleggen. Ik zei dus tegen mezelf: ‘Subiet flink en goed voorlezen.’ En zo geschiedde.

»Toen ik zelf wat ouder werd, begon het me natuurlijk te dagen hoe moeilijk dat eigenlijk was, zeker voor de jongste kinderen. Die teksten waren sowieso niet simpel, en als je ze dan in het openbaar moet voordragen terwijl er een klein leger volwassenen meeluistert, is het niet moeilijk dat je al eens te snel gaat, of een woord vergeet. Of gewoon een beetje onzin uitkraamt. (Mijmert) En toch: het waren echt mooie tijden.»

HUMO Kreeg je na afloop een beloning?

Van Gucht «Iedereen kreeg een warm applaus nadat hij of zij aan de beurt was geweest, en omdat er altijd zoveel volk was – veertig, vijftig man – maakte dat best wel indruk. Na afloop kregen we allemaal een cadeautje van onze grootouders: eentje, want die mensen waren van ongeveer alle kleinkinderen peter en meter, zoals dat ging in die tijd.»

HUMO Je hebt geen kinderen, maar misschien wel petekinderen die jou een brief voorlezen?

Van Gucht «Nee. Mijn twee broers zijn kinderloos, dus die hebben nog geen peter nodig. En wat vrienden betreft: ofwel heb ik er geen, ofwel vinden ze me hoogst ongeschikt om peter van hun kinderen te worden (lacht). Ik zou er niks mee inzitten: zo’n minimensje dat keihard z’n best doet om zo’n rare tekst vol goedbedoelde platitudes voor te lezen, het blijft schattig.»

Aster Nzeyimana

'fucking nieuwjaarsbrieven!'

Aster Nzeyimana «In de basisschool bij ons in Zele werden die brieven niet zomaar tussen de soep en de patatten geschreven; we werden er echt voor klaargestoomd. Eerst oefenden we een paar keer op ons schoonschrift – ’t was belangrijk dat je iets leesbaars afleverde. Dan schreven we onze brief een paar keer in het klad, uiteraard met onze vulpen, en je mocht vooral geen fouten maken of inkt morsen. En dan kwam het officiële gedeelte: we kregen een mooi wit A4’tje met zwarte lijntjes, plooiden dat in tweeën en begonnen onze brieven in het net te schrijven. Dat moment herinner ik me nog levendig: zo’n hele klas die muisstil in de weer was met pen en papier – ’t had iets therapeutisch. Ik was trouwens één van de weinige jongens met een mooi handschrift, en ik maakte er een erezaak van die brief zo perfect mogelijk te schrijven.»

HUMO Kon je je vinden in de vaak gezwollen bewoordingen?

Nzeyimana (verbaasd) «Hoe bedoel je? Toen ik mijn nieuwjaarsbrieven voorlas, moesten de volwassenen vaak lachen, en niet omdat ik zo klungelig voorlas. Mijn meester zorgde er altijd voor dat er originele gedachten in stonden, en dat ze nog een beetje tongue in cheek verwoord werden. En ik ben er zeker van dat hij ze zélf verzon, want voor een schoolopdracht in het middelbaar heb ik me ooit eens het pleuris gegoogeld naar bestaande nieuwjaarsbrieven, en ik ben in de verste verte niks tegengekomen dat leek op die van hem (lacht).

»Het leuke was dat we zelf een afsluiter mochten bedenken. Nu ja: je mocht er gewoon het obligate ‘kusjes van je kapoen’ aan breien, maar wie wilde, kon een beetje freewheelen. Ik koos altijd voor het laatste, al heb ik geen idee meer wat ik dan precies schreef. Ongetwijfeld iets braafs, want tot mijn 12de was ik een ontzettend brave jongen.»

HUMO Werd je tijdens het eigenlijke voorlezen zweterige handpalmen, knikkende knieën of lichte braakneigingen gewaar?

Nzeyimana «Niets van dat alles, ik was altijd trots. De brief voor mijn ouders las ik voor met oudjaar, die voor mijn grootouders tijdens het familiefeest op nieuwjaarsdag. Na afloop kreeg ik ‘mijne nieuwjaar’ – meestal geld, dat ik voornamelijk spendeerde aan videospelletjes.»

HUMO Geen spijt dat je die traditie ontgroeid bent?

Nzeyimana «Een klein beetje, misschien. Al weet ik nog dat ik in het zesde leerjaar dacht: ‘Man, die fucking nieuwjaarsbrieven, verschrikkelijk!’» (lacht)

HUMO Leest iemand jou al een nieuwjaarsbrief voor?

Nzeyimana «Nee. Ik ben peter van het dochtertje van mijn zus, maar die is amper 2: nog even wachten, dus. Maar ze zal wel moeten werken voor ze haar enveloppe met geld krijgt (grijnst)

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven