Guy Mortier herdenkt Humo-journalist Willy Courteaux

© Stephan Vanfleteren

, door (gm)

Willy Courteaux gaat alsalomgeprezen Shakespearevertaler de geschiedenis in. Voor ons was hij – de beste jaren van zijn leven, matigen we ons dan maar aan – een zeer gewaardeerde collega en vriend, zij het vanuit een lichte, en door hem zeker niet aangemoedigde afstand van respect vanwege het jonge zootje ongeregeld op de redactievloer. Tot het einde is hij altijd negentien jaar ouder dan ik en de meeste Humo-redacteuren van de Livornostraat-generatie geweest; pas nu kan het inhalen beginnen.

Het is jammer dat hij niet meer geweten heeft hoe luid de lof voor zijn Magnissimum Opus, de Shakespeare-vertalingen, bij zijn verscheiden zou klinken; hij zou er wellicht hooguit wat bij gemonkeld hebben. Jarenlang leek de geschiedenis haar deken al over hem te hebben gespreid, toen, als bij toeval, vlak voor zijn dood, in een uiterste spurt, zijn naam weer overal opdook in de lofzangen op de prachtige bewerking van ‘Risjaar Drei’ van Olympique Dramatique, gebaseerd op zijn vertaling. Een monnikenwerk, al die jaren lang, in uiterste discipline voor en na zijn werk (‘en tijdens,’ schertsten wij weleens, als de tikmachine in zijn bureau achter de dikgeribbelde glazen wanden weer eens staccato daverde).

Hij hád ook iets van een monnik, met die fonkelende ogen en die lange baard, die ooit gitzwart was geweest, toen hij in de begindagen van de televisie een gewaardeerde, extreem erudiete panelgast was in populaire spelprogramma’s als ‘Heb je ze alle vijf’ en ‘’t Is maar een woord’, naast grootheden als Louis De Lentdecker en Louis-Paul Boon. Ik weet nog dat ik Boon toen maar een vervelende flauwegrappenmaker vond, en Willy het mensgeworden superbrein. Hij wist, altijd, álles.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven