In memoriam: Soundgarden- en Audioslave-frontman Chris Cornell

, door (vc)

chris1200

Het zal immers niet de eerste keer zijn dat een ster op het wonderlijke Twitter voor dood versleten wordt, terwijl hij of zij in werkelijkheid nog springlevend is. Toch laat het me niet los. Ik check de website van Soundgarden, de iconische nineties-groep die sinds een jaar of zes, zeven weer bestaat. Ze traden gister op in de VS, en gezien het tijdsverschil zijn ze nog niet zo lang van het podium. Maar elk statement over de frontman ontbreekt. Ik blijf Twitter verversen, tot het na tien minuten op mijn scherm verschijnt: Chris Cornell is dood, 52 lentes jong. Hij is gestorven in Detroit, de stad van Motown, Jack White en The Stooges. Hoe en wat is bij het schrijven van dit bericht nog onduidelijk, maar wat doet het er ook toe: de grunge, de rock én de nineties verliezen nog maar eens een gigantisch icoon.

Soundgarden is de groep waar Chris Cornell zijn faam en status aan ontleende, al kun je evengoed stellen dat het andersom is. Met die waanzinnige stem, waarvan we zonder veel discussie kunnen stellen dat hij de beste van de grunge was, en die geweldige performance maakte hij de groep uit Seattle tot wat hij was. Soundgarden was de ene na de andere Black Sabbath-riff in de psychedelische repetitiestand zetten, net zo lang tot je als luisteraar platging. Soundgarden was een groep die zich al in het prille begin van de rockclichés bediende: veel solo’s, veel pose en een frontman standaard in blote bast. Desalniettemin bleef de groep altijd dicht op zijn publiek en dat was geheel te danken aan Chris Cornell: de aaibare rockgod. In tegenstelling tot Kurt Cobain genoot hij van succes, en hij leed niet zoals zijn maatje Eddie Vedder aan allerlei dubbele gedachtes over aandacht. Chris Cornell was zowat de enige grungester die doorgaans lachend op het podium verscheen.

Toen grunge explodeerde, was het Cornell die zijn bandmaatjes – waaronder latere Pearl Jam-drummer Matt Cameron – richting commercieel succes leidde, zonder evenwel concessies te doen. Het haar ging eraf, maar de betovering bleef. Met 'Superunknown', dat nauwelijks een maand voor de dood van Kurt Cobain verscheen, scoorden ze multiplatina. Hits als 'Spoonman', 'The Day I Tried to Live', 'Fell on Black Days' en uiteraard 'Black Hole Sun' verleenden de grunge nog twee jaar blessuretijd. De hardrock van weleer was opgetuigd met een geweldige popfeel. Van luid en waanzinnig naar luid en melodieus. Na het consolideren van dat succes in 1996 met 'Down on the Upside (meer van hetzelfde, maar niet noodzakelijk beter) trok Cornell er evenwel de stekker uit.

Wat volgde was bijna twee decennia dolen, al bleef ook nu succes niet uit. Zo verzorgde hij in 2006 de aardige titelsong voor Bond-film 'Casino Royale'. Wel worstelde Cornell met tal van verslavingen, en ook wel een midlifecrisis of drie. Zo zullen we zijn poging een r&b-ster te worden (de plaat 'Scream', uit 2009) maar met de mantel der liefde bedekken. Zijn beste geloofsbrieven post-Soundgarden waren de eerste jaren met supergroep Audioslave, en zijn altijd onderschat gebleven eerste soloworp 'Euphoria Morning', uit 1999. Luister nog eens naar single 'Can’t Change Me' en hoor hoe Cornell op zijn beste momenten als geen ander warmbloedige pop en rock kon vermengen.

Na 2010 lapte Cornell Soundgarden én zichzelf weer op. De complexe mens van weleer zweerde fles en roesmiddelen af en werd een toonbeeld van gezondheid: zonnebankbruin, fit, goedmoedig. Het heeft blijkbaar niet mogen baten. Soundgarden bracht in 2011 'King Animal' uit, een aardige plaat met uiteraard een onzinnige titel – de specialiteit van het huis (iemand een Badmotorfinger?). Daarna bleef de groep toeren. Tot afgelopen nacht dus, toen de grunge in Chris Cornell maar weer eens een slachtoffer vond.

Hoe hem te onthouden? Laten we daarvoor naar 'Hunger Strike' wijzen, zijn duet met Eddie Vedder op de enige plaat van Temple Of The Dog. Opgenomen in 1990 voor zijn gestorven maatje Andy Wood, zanger van Mother Love Bone. 'Hunger Strike', geschreven door Cornell en razend knap gezongen, is één van de tien definitieve grungesongs.

Chris Cornell was een échte Amerikaanse rockgod, tegelijk van het volk en de goden, speels en serieus. Een dijk van een stem, die omver kon blazen en kon ontroeren en totale euforie losmaakte bij iedereen die op zijn tienerkamer luchtgitaar speelde op Soundgarden. En dat zijn er heel wat – het account van Soundgarden op Spotify crashte na het bekend worden van zijn dood.

Laatste punt: grunge heeft nauwelijks 25 verjaardagskaarsjes uit kunnen blazen, en toch zijn drie van haar vier grootste iconen al dood: Kurt Cobain, Alice In Chains-zanger Layne Staley en nu Chris Cornell. Ik hoop dat iemand een arm om Eddie Vedder heen slaat, vandaag.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven