Charles Manson: de belichaming van het absolute kwaad

, door (joris belgers)

manson1200

In maart 1967 kwam de toen 32-jarige Charles Manson voor het laatst voorwaardelijk vrij, twee jaar voor de huiveringwekkende sektarische moorden die hij liet plegen. Tegen die tijd had hij de helft van zijn leven doorgebracht in correctionele instellingen. Hij vestigde zich in San Francisco, in het zenuwcentrum van het hippiedom, net op tijd om zich met volle teugen te laven aan de befaamde Summer of Love. Onder invloed van drugs begon hij volgers aan zich te binden en ontwikkelde hij zijn bizarre leer, waarin hij elementen van Scientology, de hippiecultuur, de Apocalyps, geschriften van Hitler en Beatles-songs met elkaar verweefde.

Zijn moordpartijen schokten Amerika en de rest van de wereld en maakten een einde aan de liederlijke anarchistische bedwelming die de jaren zestig kenmerkte. Samen met het dodelijke geweld tijdens een gratis optreden van The Rolling Stones, in december 1969, maakte hij een einde aan de tijden van 'peace, love and understanding'.

Manson geldt sindsdien als de belichaming van het absolute kwaad. De krankzinnige sekteleider, een product van de doorgeslagen hippiecultuur, liet zijn volgelingen een reeks gruwelijke moorden plegen. Zijn doel was het ontketenen van een rassenoorlog. De man met de hypnotiserende blik en het getatoeëerde hakenkruis op zijn voorhoofd overleed zondag, 83 jaar oud, na een miserabel leven dat hij grotendeels in de gevangenis doorbracht.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven