Gedichtendag 2018: We hebben poëzie met klauwen nodig

, door (jme)

dag 1

Alles welbeschouwd lijkt het me geen uitgelezen jaar om de poëzie te vieren. Er zijn belangrijker zaken aan de orde. Aan de ene kant ligt de aarde zo’n beetje op sterven: de poolkappen smelten, de oceanen bevatten meer bierblikjes dan vissen. Het Amazonewoud wordt vertimmerd tot IKEA-meubels, vuilnisbelten barsten uit hun voegen, onze longen worden langzaamaan bruin van de luchtvervuiling. De orkanen, bosbranden en andere natuurrampen vliegen ons om de oren. Het lijkt nutteloos en naïef om dan met woorden bezig te zijn. Zouden we niet beter collectief de pennen recycleren en samen een politieke partij starten? Afreizen naar Eritrea om hongerige kinderen te voeden? Een menselijke ketting vormen rond het zoveelste bos dat een parkeerterrein dreigt te worden?

Aan de andere kant is het ook met onze menselijkheid slecht gesteld: we kiezen voor megalomane dictators die nog steeds geen zier geven om het gewone volk, maar dat nog veel beter dan vroeger weten te verbergen. Woede overheerst het maatschappelijk debat. Woorden verliezen hun rijkdom aan betekenissen, kwijnen weg, hun gelaagdheid sterft langzaamaan af. Vooral het begrip “waarheid” lijkt te verwateren – of beter, we beseffen dat er eigenlijk nooit één waarheid bestaan heeft. Veel – te veel – mensen leven nu in een zeepbel met steeds dezelfde stemmen die steeds dezelfde waarheid prediken en naar believen alternatieve betekenissen toeschrijven aan woorden. Dat zorgt voor eenzijdigheid en onbegrip, vooral in de politiek. Rechts begrijpt de linkse naïviteit niet: ze laten over zich heen lopen, zich gebruiken, klinkt het. Links begrijpt de rechtse woede niet, de verontwaardiging, de haat. Er moet eerst begrip komen, en pas daarna kan er verzoening optreden – maar zonder gemeenschappelijke betekenissen geen begrip, en als woorden waardeloos zijn, lijkt ook de poëzie maar een appendix aan het collectieve darmstelsel. Als niemand elkaar begrijpt, is het kinderlijk naïef om te pleiten voor liefde, voor empathie.

Tegelijk raakt het tempo van onze maatschappij in een allesverslindende overdrive. Onze aandachtspanne wordt immer korter, ons taalgevoel verschrompelt. Alles moet steeds sneller gaan, alles moet maximaal productief zijn, alles moet opbrengen, renderen, opleveren. Bovenal, en dat is nog het meest nefast voor de poëzie, groeit de weerstand tegen meerstemmigheid. Het leven in de zeepbel, de gepersonaliseerde echokamer, overtuigt mensen van hun eigen onomstotelijke gelijk. Poëzie leert ons dat verschillende, zelfs tegenstrijdige betekenissen vredevol naast elkaar kunnen bestaan; sterker nog, dat die meervoudigheid niet leidt tot verwarring, maar tot verrijking. Het dwingt ons om voor héél even al onze kostbare aandacht aan een handvol woorden te geven – het is een tegengif voor verharding, versnelling, rendementsdenken, eenzijdigheid.

Al bij al ziet het er niet rooskleurig uit: onze maatschappij lijkt een vervuilde oceaan, en de poëzie is daarin een afstervend koraalrif. Hoe kunnen we het tij keren? Schrijvers kunnen ervoor kiezen om te blijven pleiten voor liefde, maar dan enkel voor de eigen kerk, voor mensen die al geloven in de waarde van empathie en meerstemmigheid. Dat is de ene optie. De andere optie is klauwen kweken. Dat is het: we hebben poëzie met klauwen nodig.

We hebben genoeg brave poëzie die steeds dezelfde thema’s en patroontjes in welbepaalde vormen giet. De poëzie van morgen (en vandaag, en eigenlijk zelfs van gísteren) moet agressiever zijn, eenzijdigheid en onverdraagzaamheid te lijf gaan, het moet dúrven, out there zijn, beledigen en confronteren, nieuw en uniek zijn, niet steeds dezelfde onderwerpen aansnijden. We hebben genoeg zeemzoete liefdesverklaringen en gebroken harten. Genoeg pogingen om een slechte familieband te doorgronden. Genoeg dagboeksnippers. Genoeg oeverloze beschrijvingen van landschappen die, zeg nu zelf, beter gediend zijn met een foto. Experimenteer. Zoek de grenzen op, doe het onverwachte en daar nog een schepje bovenop. Ga voor het absurde, het hypermoderne, het doodeerlijke. Toon waarom woordkunst nog steeds iets prachtigs is. De poëzie moet vooral van zich afbijten, in het rond klauwen, woest worden, haar eigen meerwaarde en uniciteit zo luid en zelfzeker mogelijk aankondigen. Niet over zich heen laten lopen. Of tenminste, dat moet de poëzie doen als ze weer serieus genomen wil worden, haar meerstemmigheid opnieuw wil omarmen. Een tegengif wil zijn.

Het is een haast ondenkbare utopie, maar voor mij mag deze gedichtendag een wake up-call zijn voor alle schrijvers en lezers van poëzie. Plaats uzelf in het midden, niet in de marge. Zonder u niet af, gebruik uw ellebogen, laat rendementsdenkers of demagogen niet winnen. Lees tot uw ogen uit hun kassen vallen. Schrijf hard, schrijf woedend, schrijf wild – schrijf alles kapot.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan