
Ondanks de flinke bolwassing – zijn nederlaag gisteren was het zwaarste WK-verlies in 16 jaar – wordt Hendry door velen beschouwd als de grootste snookerspeler ooit. In 2001 sprak die andere snookerlegende Steve Davis met de toenmalige wereldkampioen.
'Niets ter wereld is zo erg als een wedstrijd verliezen'
(Verschenen in Humo 3153 op 6 februari 2001)
De ridders van de groene tafel: Steve Davis sprak met Stephen Hendry
Als de beste snookerspeler van de jaren tachtig praat met de beste snookerspeler van de jaren negentig, zitten er in totaal dertien wereldtitels en zestig toernooizeges aan tafel. Toch heeft Steve Davis sinds de Benson and Hedges Masters 1987 geen enkel groot toernooi meer op zijn naam geschreven, en wacht Stephen Hendry al anderhalf jaar op zijn drieëndertigste overwinning in een rankingtoernooi.
Een levende legende, zo noemt Davis zijn twaalf jaar jongere rivaal: 'Hij heeft zoveel records op zijn naam staan dat ik ze niet allemaal wil opsommen - vooral niet omdat hij de meeste van mij heeft afgepakt.'
Steve Davis «We hebben zo vaak tegenover elkaar gestaan dat het lijkt alsof ik je goed ken, ook al is dat niet het geval. Heb jij ook het gevoel dat het publiek je anders bekijkt dan je bent?
Stephen Hendry «Absoluut. De mensen vragen me voortdurend waarom ik niet meer lach. Als ik op de luchthaven op mijn bagage sta te wachten, hoor ik ze achter me mompelen: ‘Wel, wel, in ‘t echt is hij nog norser dan op tv’ (lacht).
»Als je bekend bent, verwachten de mensen dat je constant met een brede grijns op je gezicht rondloopt. Doe je dat niet, dan krijg je commentaren als: ‘Kop op, het komt wel weer goed’ en ‘Zo erg kan het niet zijn, Stephen!’»
Davis «Ik heb ooit eens een uppercut gekregen in een nachtclub. Dat was ergens in de jaren tachtig, in de periode dat ik het meest gehaat werd.»
Hendry «Op je hoogtepunt, zeg maar (lacht).»
Davis «De mensen waren het stikbeu dat ik zoveel won. Ik stond rustig met een biertje aan de bar, en ineens was het BANG! Ik heb die kerel niet eens gezien, want hij rende meteen weg, maar hij moet wel een grondige hekel aan mij hebben gehad.»
Hendry «Op een keer speelde ik in Schotland tegen Jimmy (White) en Ronnie (O'Sullivan), en het publiek supporterde voor hen. Dat was hoogst onaangenaam. Ik ben er trots op dat ik als eerste Schot een groot snookertoernooi heb gewonnen, en dan krijg je zoiets.»
Davis «In zekere zin is het ook het grootste compliment dat ze je kunnen geven.»
Hendry «Heb jij niet eens gezegd dat je nooit zo populair bent geweest als toen je begon te verliezen? Wel, dat heb ik ook mogen ondervinden (lacht). Ik voel duidelijk dat het publiek veel meer sympathie voor me heeft nu ik nog maar af en toe een toernooi win.
»Toen ik in Sheffield vijf wereldtitels na elkaar won, wilden de mensen niets liever dan dat ik op mijn bek zou gaan. Toen ik na een pauze van een paar jaar mijn zevende titel won, merkte ik dat ze aan mijn kant stonden, en dat is een prettig gevoel.»
Davis «Ik denk dat sommige mensen het niet kunnen verkroppen dat een jongere speler succes heeft.»
Hendry «Je mag niet te vaak winnen als je in de gunst van het publiek wil staan. Mensen raken uitgekeken op je gezicht, ze willen weleens wat anders. Bovendien - en dat geldt voor elke sport - supporteren mensen altijd voor de underdog.»
Davis «Laten we het eens hebben over je overwinningen...»
Hendry «Overwinningen? (lacht)»
Davis «Wat jij in de jaren negentig allemaal gepresteerd hebt, is fenomenaal. Nooit tevoren had iemand zoveel toernooien gewonnen, nooit tevoren had iemand zoveel century breaks gescoord. Was je als amateur ook al zo’n alleswinner?»
Hendry «Helemaal niet. Mijn vader en ik namen vaak de trein van Schotland naar Londen om toernooien te spelen. In die tijd viel daar heel wat geld mee te verdienen, maar veel won ik niet. Ik heb maar één keer meegedaan aan het wereldkampioenschap voor amateurs, en het resultaat was niet om over naar huis te schrijven. Ook in mijn eerste jaar als prof heb ik de snookerwereld niet bepaald in rep en roer gezet.»
Davis «Maar het potentieel van een groot kampioen was er toch al?»
Hendry «Ja, maar talent alleen is niet genoeg, anders zou Jimmy White vijf, zes, zeven keer de wereldtitel hebben gewonnen. Ik wil je niet in verlegenheid brengen, maar ik heb je in die tijd vaak geobserveerd. Jimmy was mijn held, maar ik zag dat jij alles won. Dus ik dacht: als ik wil winnen, moet ik doen zoals jij: hard werken, nog professioneler worden.»
Davis «Ik deed hetzelfde met Ray Reardon. Ik observeerde hem en vroeg me af waar die aura van superioriteit vandaan kwam. Het was alsof hij wist dat hij de match zou winnen, nog voor de eerste bal was gepot. Maar je hebt gelijk: in de jaren tachtig was Jimmy de meest opwindende snookerspeler, en ik de grootste winnaar.»
Hendry «En dat wilde ik óók zijn, zelfs als jonge gast van veertien, vijftien jaar. Ik zag hoe Jimmy keer op keer tweede werd, en hoewel ik zijn fenomenale techniek bewonderde, wilde ik niet in zijn spoor lopen. Ik heb nooit gesupporterd voor underdogs. Ik wilde prijzen winnen, dus spiegelde ik me aan jou (lacht).»















































Een week
met een kapotte computer gezeten en niks naar uitlaat kunnen sturen dat daar niet in verschijnt.
Gust
Voetbal en poëzie
De Rode Duivelsverzen.
de letterzetter
Op zich vind ik de Tomatina van Buñol de max
het enige jammere is dat die vlekken zo hardnekkig zijn.
Ed Tertje