
‘Ze zat doodstil, alsof ze er niet bij hoorde. Ze droeg een muts van zachtgrijs bont en had een rood-wit geblokte trui aan.’ Lara van Oosten heet de dame met muts, ze wordt op een Zwitsers terras aandachtig bekeken door Oscar Verschuur, Nederlands diplomaat. Er komt wel iets tussen die twee, maar om een simpel liefdesverhaal gaat het algauw niet meer, en daar heeft de tijd de hand in: we zijn in het oorlogsjaar 1941.
De oorlog heeft het gezin Verschuur uit elkaar gerukt: Oscar werkt voor het Nederlandse gezantschap in Bern, zijn vrouw Kate is in Londen neergestreken en hun dochter Emma is achtergebleven in Berlijn, een vorige post van Oscar. Ze is daar getrouwd met Carl Bielenberg, en die werkt op Buitenlandse Zaken op de dienst van Adam von Trott, een aristocraat die binnen het ministerie van Joachim von Ribbentrop het verzet organiseert. Ook dat is één van de charmes van dit boek: de naadloze integratie van een historische kern.
Carl Bielenberg krijgt hoogte van de precieze datum waarop de Operatie Barbarossa wordt gepland, een beslissend moment voor de oorlog, want het gaat dan over de inval van Hitler in de Sovjet-Unie, tot dan zijn ‘bondgenoot’: 22 juni 1941. Emma Verschuur brengt dat nieuws, ‘Het bericht uit Berlijn’ waar de titel het over heeft, over bij haar vader. En die zit meteen met een probleem.
Moet hij dit nieuws - toch het soort informatie waar veel levens en de richting van de geschiedenis van afhangen – met de geallieerde machten delen? Of stelt hij dan de bron van zijn informatie, zijn dochter en schoonzoon, bloot aan een te groot gevaar?
Men leze het boek om te weten hoe dat dilemma al dan niet wordt opgelost, maar niet alleen daarvoor. Otto de Kat doet nog meer: hij schept personages die in de schaduw van hun verleden staan, ontleedt hoe de oorlogschaos op hun levens inwerkt.
Zo raakt Oscars vrouw Kate verstrikt in herinneringen aan haar eerste, vroeg overleden man, en ze vindt geen vervanger voor hem in de Congolese soldaat Matteous Tunga. Dat kan allemaal binnen het bestek van tweehonderd bladzijden, omdat Otto de Kat een groot talent heeft voor weglaten.
Vreemde naam overigens, Otto de Kat, en het is dan ook een pseudoniem voor Jan Geurt Gaarlandt, die in een vorig leven naam maakte als uitgever van non-fictieboeken bij Balans. Wie zijn vakantiekoffer pakt kan er rekening mee houden: weinig Nederlandstalige romans van dit voorjaar overtreffen zijn ‘Bericht uit Berlijn’.























0 reacties
reageer ookReageer ook