
Houellebecq ís natuurlijk ook gewoon een nijdig provocateurtje. In eerder werk vette hij zijn seksscènes altijd extra in, en gooide hij met brokjes gal richting zowat elke denkbare minderheid. De oorsprong van al die morsige agressie: een grondig verduisterd mens- en wereldbeeld. Hoop is de tang op het varken in het oeuvre van Houellebecq.
Met name 'Elementaire deeltjes' is me dierbaar: een filosofische gids voor wie zijn mal de vivre geschraagd wil zien door ernstig doemdenkwerk, gedrenkt in een apocalyptische smog.
Vorig jaar kwam Houellebecq met 'De kaart en het gebied' (De Arbeiderspers) - commercieel alvast een voltreffer, want goed voor tonnen media exposure, de Franse hoofdvogel der hoofdvogels (de Goncourt) en een bepaald lekker lopende verkoop. Geloof de buzz, nu de Nederlandse vertaling er is: het is ook effectief een Houellebecq grand cru. Minder manisch, geperverteerd en horkerig dan zijn vorige boeken, maar even dreinerig, pessimistisch en boos. En even briljant.
'De kaart en het gebied' komt wat hortend op gang: het duurt even voor Jed Martin, de hoofdfiguur, er helemaal staat. Op de kunstacademie is hij een wat kleurloze outcast, en zijn leven is aan de eenzaamheid cadeau gedaan - met ook nog een moeder die zelfmoord heeft gepleegd, en een verbitterde vader met wie het onaangenaam kerstdineren is. Wanneer hij zich op het fotograferen van Michelin-kaarten stort, en zich later als neorealist op de schilderkunst gooit, maakt hij naam en faam - en komt de roman ook helemaal op gang.
Amusant-briljant zijn de passages waarin Houellebecq zichzelf opvoert - 'een oude zieke schildpad'. Martin heeft hem nodig voor een voorwoord in een catalogus, en al snel blijkt er een bijzondere chemie te bestaan tussen de twee. In die passages dikt Houellebecq zijn eigen mythe nog wat aan: hij zet zichzelf te kijk als een duistere, kluizenarende, troosteloze ziekerd. Helemaal bitter wordt het als ook nog eens zijn eigen gruwelijke dood ensceneert.
Nu goed: alleen dat particuliere verhaal zou on-Houellebecqs zijn. De schrijver legt een brede bedding aan waarin de misère van zijn twee personages - want uiteraard loopt het ook met Martin beroerd af - kan gedijen. De kunstwereld wordt gefileerd, het moderne Frankrijk komt er bekaaid vanaf, en in talloze uitweidingen spuwt Houellebecq vuurkegels richting elk denkbaar onderdeeltje van de maatschappij. De boodschap als vanouds: boy, it's fucked-up.
Houellebecq weet: tast met een stethoscoop een stukje mensenhuid af, en je vindt ruis. Laat ik hem maar engageren als huisarts.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



2 reacties
reageer ookbert
Woensdag 7 september 2011 - 18u16
ik ga akkoord met de comment hieronder, ik heb zelf net 'de kaart en het gebied' uit en ben in het algemeen een fan van het werk van Houellebecq maar deze recensie is een schande. 'boy, it's fucked up' '?? hoe komt het dat deze recensist deze puberale boodschap uit het boek haalt, dit is heel kortzichtig en dom. iemand, ontsla deze gast nu.
Marc
Woensdag 15 juni 2011 - 13u04
Bovenstaande recensie heeft natuurlijk weinig tot niets te maken met een serieuze bespreking van een roman. De recensent associeert zich blijkbaar graag met Houellebecq, waarschijnlijk omdat deze Franse schrijver goed past bij het gebruikelijke en afgesleten toontje dat de HUMO zelf graag hanteert: puberaal, gratuit, toffe-jongens-onder-elkaar
Reageer ook