
Dat thema spit Moors verder uit in 'Vliegtijd' (Nieuw Amsterdam), een bundeling van drie verhalen die volgens hetzelfde stramien verlopen. Telkens trekt een schrijfster weg uit haar vertrouwde omgeving en levert ze zich over aan een wurgende eenzaamheid.
Een zelfgecreëerde eenzaamheid, want aan menselijk contact is er geen gebrek. Maar de personages van Moors zitten opgesloten in zichzelf. Ze willen het wel kennen, het verlangen, de passie, de liefde, maar ze durven niet. Het is 'het verlangen naar de totale overgave, en het besef dat zoiets onmogelijk is'.
Het titelverhaal is een tragikomedie over '27 dichters uit 27 Europese landen' die met elkaar moeten samenleven op een miezerig literair festival in Slowakije. Er wordt gedronken, gepraat en geslenterd, allemaal in de grootste moedeloosheid.
Moors werkt de vervreemding nog wat in de hand door haar personages geen namen te geven; het gaat over 'de Roemeense', 'de Nederlander', 'de Finse'. Ze laat het verhaal sporadisch zelfs uitdijen tot slapstick - in de passage waarin de ik-persoon een gedicht in het grind moet hinkelen, bijvoorbeeld. Het is roetsjen op de achtbaan waar Brusselmansde kaartjes verkoopt en Grunbergloopt te roepen dat je zijn grapjes ernstig hoort te nemen.
Uit 'Aan de voet van de berg', waarin de ik-figuur in een dorpje de aandacht wekt van een aantal mannen, is de humor grotendeels weggesneden: eenzaamheid regeert, samen met het de keel snoerende gevoel van onmacht. 'Afstand' (met als annex een pakkende brief) ten slotte is een tactiel miniatuurtje waarin tegelijk niets en alles gebeurt - over de schouder van de schrijfster kijkt Raymond Carvermee.
'Het kan niet de bedoeling zijn dat mannen en vrouwen elkaar als kannibalen opeten.' Uit 'Vliegtijd' walmt een naargeestige vaststelling op: onze angst voor elkaar is de maagzweer van deze tijd.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook