
Hij schreef er zijn eerste reisverhalen over, die hij pas een decennium of vier later in boekvorm publiceerde, niet zonder de opmerking: 'Wat ik toen schreef, was goed voor kranten, en ik kon het nog niet zo goed.'
Tijdens de lange scheepsreis, van Valparaiso via Kaap Hoorn naar Montevideo, waarover hij in zijn jongste boek 'Scheepsjournaal' (De Bezige Bij) verslag doet, was hij alweer bediende onder de bediendes, schrijft Nooteboom, maar met een knipoog, want naast de dansers, goochelaars of pianisten had de ms Deutschlandhem nu uitgenodigd voor een paar lezingen uit eigen werk.
En evengoed als Nootebooms materiële situatie is dat werk erop vooruitgegaan: de reisverhalen die de zeventiger Nooteboom aanbiedt zijn niks minder dan een masterclass in het genre.
'Een boek van verre reizen' is de ondertitel, en terecht: Nooteboom reist zo ver zuidelijk als dat maar kan in Chili en Argentinië en Zuid-Afrika, en rukt ook op naar de noordelijke pool tot in Spitsbergen, maar net zo goed zijn er berichten uit Azië en Australië. Heel wisselend contexten zijn dat, maar altijd is het dezelfde schrijver die ons gidst, een buitenstaander, een begenadigd observator, die ook nog eens het taaltalent heeft om te delen wat hij ziet.
'De wereld is van de ander,' doet het Indiase Benares Nooteboom noteren, 'je mag ernaar kijken om ze beter te begrijpen - of om jezelf beter te begrijpen - maar je kunt ze niet worden, dat kon Stevensonniet op Samoa en Charles Foucauldniet in de Sahara, al komen sommigen er dichtbij.' Hijzelf probeert het niet.
Dat er een onoverbrugbare afstand is tussen hem en de vreemde werelden die hij geduldig beloert, vindt hij geen 'nederlaag van de soort', hij heeft het liever over 'de zegen van het verschil'. Hij geniet ervan, in Mexico, in kranten te kunnen lezen over kleine en grote intriges zonder zelf een oordeel te hoeven hebben, hij waardeert het juist, in Bali, dat je je eigen bestaan even kunt afleggen, zoals je je jas uitdoet.
Op het dek van de Gran Rio in 1957 zat Nooteboom 's nachts alleen, hij liet zich graag door de sterren verbijsteren. Nog altijd proeven zijn verhalen naar principiële eenzaamheid, ook al reist hij nu met twee, tot voordeel van het boek, want de fotografische aanpak van zijn compagne de route, Simone Sassen, spoort aardig met de kalme melancholie van de verhalen.
De reisschrijver kan je het beste vergelijken met de fotograaf, schreef Nooteboom eens, omdat fotografie ook een intensere manier van kijken is. Oké, maar het strafste is toch hoe vervolgens het oog oor wordt (om een Nooteboom-gedicht te parafraseren) en de schrijver alles inzet op toon, ritme, cadans. Daar komen de mooiste dingen uit voort.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook