
Maar anders dan in gloedvolle werken als 'De heerlijkheid van Julia' en 'Liefdesdood' komt er geen afdoend antwoord. Schrijversreuma: de stationsroman wint het van de literatuur.
Van den Boogaard situeert zijn verhaal in Sint-Martens-Latem, 'het rijkemensendorp' aan de Leie. Het is 1987, straks zal de Herald of Free Enterprise zinken voor de kust van Zeebrugge. De schrijver voert twee gezinnen op die, ondanks hun niet geringe sociologische verschillen, onherroepelijk in elkaar klauwen.
Dat van de goeiige Noël, die het leven liever als kreek dan als oceaan ziet, en zijn vrouw Regina; en dat van hun naaste buren Rudolf, een gecultiveerde seksuoloog, en zijn tweede vrouw Elsie, een kunstzinnig onderdeurtje. Beide gezinnen worstelen met een puberend kind - August, wiens jonge jaren door gekkigheid lijken ingenomen, en Lilly, die haar onzekerheid verbergt achter promiscuïteit. 'Iedere week een ander vriendje, en weer had ze een rekenmachine nodig. Ze deed 20 (jaar) maal 52 (weken) is 1040. Het duizendveertigste vriendje moest blijven, want dan was ze zesendertig en dan wilde ze toch wel aan kinderen beginnen.'
Wie Sint-Martens-Latem zegt, zegt ook Kortrijkse Steenweg, maar op gedempte toon, want niemand die graag opschept over het stilleven met cava en lichtekooi dat daar dag na dag geschilderd wordt, zij het niet door de Latemse School. In zo'n peeskamertje, waar - naar ik me voorstel, want ik heb geen rijbewijs en ben er dus nooit geraakt - de Mina du jour je door de drank loom geworden lid koket moed inspreekt, verdiende Regina in een vorig leven haar brood. Ze ontleent er een trauma aan, maar Van den Boogaard doet daar opvallend weinig mee.
Het grote probleem van deze roman zit 'm evenwel in de taal. Er stáán prachtige observaties in, brokken levenswijsheid en stukjes taal waar het heerlijk aan kluiven is, maar helaas laat de schrijver het geheel overwoekeren door sentimenteel gedaas.
'Maar hoe kun je géén einzelgängertje worden als niemand je binnenlaat' en 'Het is ongelooflijk, maar de dood van een ander doet je intens beseffen dat je leeft' zijn nog de vriendelijkste voorbeelden. Het is een stijltje geworden, want ook in 'Het verticale strand' en 'Magic Man' liepen kekke beschouwingen en nuffige huismeidenlyriek elkaar al voor de voeten. Alleen: je kweekt er ergernis mee, en de weigering van de lezer om nog langer met gevoel naar je personages te kijken.
En dan is er nog de afwikkeling. Van den Boogaard is in wezen een braverik. Hij laat zijn personages graag met een gekwelde frons op het voorhoofd zuchten dat ze niet, anders of lichter willen bestaan, maar aan het end laat hij altijd weer hoop gloren. Niets op tegen, maar deze keer neigt het wel erg nadrukkelijk naar een poezelige weekendfilm.
Tijdens het lezen hoorde ik mezelf heftig verlangen naar 'Een bed vol schuim', een boek dat me leerde dat het afscheid van een liefde de lastigste klus is, lastiger dan de liefde zelf. Dat leerde het leven me later zelf ook wel, maar Oscar was eerst. 'Meer dan een minnaar' zal, gok ik, niemand een levenskunstje doceren.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook