
Hoewel, ver van hier: de melancholie van Yates, altijd zo prominent aanwezig in zijn boeken, is allicht een universeel levensgevoel. Ze komt opborrelen uit de onvolmaaktheid van een mensenleven: de nooit ophoudende smeekbedes om liefde, de familiebanden die ons de keel dichtsnoeren, de frustraties om nooit bereikte grootsheid.
Centraal in 'Cold Spring Harbor' - het was de laatste roman van Yates - staat Evan Shepards. Hij worstelt met liefde, seks en de landerigheid waarin zijn leven voorbijglijdt. Vaag dromend over een studie die er nooit komt, afgekeurd door het leger ('geperforeerde trommelvliezen'), smachtend naar het gras aan de overkant dat groener is, malser en voorzien van coolere dauwdruppels.
Een toeval brengt Evan bij Rachel, het zachtmoedige meisje dat hij zal trouwen nadat een vroeg huwelijk op niets - behalve dan: een kind - is uitgedraaid. 'Liefde is misschien niet alles op de wereld, maar die mogelijkheid namen ze beiden pas in overweging toen ze al getrouwd waren.'
De introductie van Rachel geeft de schrijver een kans om te pluizen in het leven van een andere desperate familie. Zo leren we haar moeder kennen, een op het randje van de waanzin balancerende alcoholica (volgens haar dochter ruikt ze naar rotte tomaten), en Phil, het wat oenige broertje van Rachel, dat plots met bonzend hart zus en schoonbroer staat te begluren terwijl ze vrijen.
Net als in 'Revolutionary Road' en 'Paasparade' banjert Yates rond op het slagveld van het leven, en wijst hij er de lijken aan. Zijn personages zien elke suggestie van geluk meteen onklaar gemaakt, en knallen telkens met hun snuit tegen de muur. Moedeloosheid troef dus.
Of, zoals zijn vader het Evan ergens influistert: 'Afwachten wat er komen gaat is, behalve het moreel hoog houden, wellicht het enige wat er nu voor je opzit.'






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook