
Aravind zoomt voornamelijk in op de kruimelige onderlaag van de Indiase samenleving, op de koelies, de fietskarbestuurders, de bedelaars, de dienstmeiden. Het zijn de stumpers die nauwelijks de tijd hebben om no future voor zich uit te mompelen, de luizen van de straat. Al snel gaat het dagen dat de schijnbare chaos van Kittur - de stad is een vlekkerige lappendeken van religies, kasten en standen - net een strakke structuur is, een vrijwel onwrikbare hiërarchie van winners en losers. Dat India een land is waar, voor velen, uitzichtloosheid een way of life is.
Adiga passeert langs armoede, uitbuiting en corruptie, maar besteedt ook uitvoerig aandacht aan de mindfuck die het kastenstelsel is. 'Hij had een tijd overwogen om zich tot het christendom te bekeren: bij christenen had je geen kasten,' laat hij een jongen denken. Twee zinnen verder is de illusie al ingehaald: 'Er was geen betere instelling om te zorgen dat hindoes zich niet tot het christendom bekeerden dan de katholieke jongensschool.'
Die jongen heet Shankara, en hij figureert in wat misschien wel het mooiste verhaal uit deze bundel is. Hij worstelt met een knoert van een identiteitscrisis en verliest zich in een bitter soort eenzaamheid. 'Meng een deel voorechtelijke seks met een deel kastenschande in een zwarte pot, en wat krijg je dan? Dit lekkere duiveltje, Shankara,' noteert hij hopeloos. Wanneer hij nogal knullig een bom laat ontploffen in zijn klaslokaal, slaag je er niet in 't hem kwalijk te nemen.
En zo zijn er nog wel meer personages waar je 't meteen voor te pakken krijgt. Xerox bijvoorbeeld, een smoezelige man die illegaal gekopieerde of gedrukte boeken verkoopt op een blauw lakentje, en boven alles zijn trots wil behouden (hij is 'de zoon van een man die stront ruimde', en dus flink geklommen op de sociale ladder). Of de conservatieve leraar die al zijn hoop projecteert op een beloftevolle leerling die hij voor het verderf wil behoeden. Of Chennaya, de arme fietskarbestuurder die geen meisje wil, want 'in hem huisde niets anders dan woede, en als hij zou trouwen zou hij zijn woede kwijtraken'. Of Ziauddin, de moslim die zijn rotbaantjes steeds kwijtspeelt als hij wordt beschuldigd van diefstal. Adiga biedt een fresco van personages met wie je onherroepelijk gaat sympathiseren. En hij schrijft het op in de stijl die we van zijn hit 'De witte tijger' (Man Booker Prize 2008) kennen: de waarheid woekert in tragikomische zinnen.
'Tussen de aanslagen' is een onthutsende sociale schets, een pamflet (maar dan zonder slogans), een aanklacht (maar dan zonder melige retoriek). Na het lezen ben ik niet op een straathoek de Internationale gaan kelen, en al evenmin ben ik een soixante-huitard uit zijn slaap gaan halen. Maar ik heb wel nog dagen gehuiverd, en met de straten van Kittur in m'n hoofd gelopen.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook