
Holmes toont de wereld van de ontluikende wetenschap in een groepsportret van een tiental, hoofdzakelijk Britse, personages. De centrale figuur is Joseph Banks, die als jongeman in 1769 met James Cook naar het paradijselijke Tahiti reisde en terugkeerde met een scheepslading planten en dieren. De steenrijke Banks kwam daarna nauwelijks nog aan reizen toe, maar als voorzitter van de Royal Society werd hij de peetvader van al wie in het Verenigd Koninkrijk aan wetenschap deed. De meest aandoenlijke van zijn protegees waren Wilhelm Herschel en zijn zus Caroline. Wilhelm was een joodse immigrant uit Hannover die aan de kost kwam als muzikant. In zijn vrije tijd bouwde hij eigenhandig telescopen die de peilloze diepten van het heelal zichtbaar maakten. Vanuit zijn tuin in Bath ontdekte hij eerst Uranus en later talrijke dubbelsterren en verafgelegen nevels. Caroline voegde daar een reeks kometen aan toe. De Herschels zagen een kosmos die vele, vele malen groter was dan iemand ooit had vermoed: hun kennis móést het judeo-christelijke wereldbeeld wel ondermijnen. Shelley las hun artikels met rode oren en putte er de grondstof uit voor zijn atheïstische opstellen.
Er schuilt ten slotte een vreselijke paradox in dit verhaal: wanneer verwondering omslaat in kennis, is het resultaat vaak botte macht. Vijfenzestig jaar na Joseph Banks bezocht ook Charles Darwin Tahiti en noemde het eiland ondubbelzinnig een 'verloren paradijs'. Wetenschappers zijn het mooist wanneer ze zoeken, niet wanneer ze vinden.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookJerre
Vrijdag 16 oktober 2009 - 13u56
De wereld onttoverd...mensen mensen, lees eens een boek van Richard Dawkins...al wie z'n verwondering dán niet terugvind...
Reageer ook