
In de essaybundel 'Schrijversmensen' (Atlas) wil Naipaul laten zien aan welke literatuur hij in de loop van zijn carrière is blootgesteld, en de gedichten van Walcott zijn daar bij. Aan Walcotts debuut besteedt Naipaul erg welwillende aandacht, voor wat volgde lijkt hij zich aan te sluiten bij een venijnig commentaar dat Walcott ooit te horen kreeg: 'Walcott, jij bent al veel te lang veelbelovend, weet je dat?'
Zowat alle schrijvers die Naipaul tegenkwam krijgen trouwens een veeg uit de pan - het spuwen van bijtende kritieken is een deel van zijn grootheid. Van Henry James herinnert hij zich 'lieve lege woordjes', Philip Larkin noemt hij een minor poet, en ook een goeie vriend als de Britse schrijver Anthony Powell moet voor de bijl: 'Best mogelijk dat de vriendschap zo lang kon blijven bestaan omdat ik me niet in zijn werk had verdiept.'
Er valt veel aan te strepen in deze essays, een geslaagd beeld hier, een opmerkelijke observatie of raak detail daar, maar als de aangekondigde speurtocht naar de visies achter een schrijverschap valt dit boek in zijn verbrokkeling tegen. Het knapst is het stuk over Flaubert. Die heeft veel gezegd en geschreven over de totstandkoming van zijn boeken, merkt Naipaul op. 'De mensen moesten weten dat wat hij schreef altijd met veel pijn en moeite tot stand kwam, en niet met het gemak van een Balzac.' Hopelijk heeft Naipaul beseft dat hij het daar ook over zichzelf heeft, want in ruime mate is 'Schrijverslevens' nog maar eens een verkenning van zijn eigen zo moeizaam veroverde plek in de letteren.
Ergens heeft hij het over 'overbeschreven samenlevingen' - dit is een bijdrage op niveau tot een door hemzelf overbeschreven schrijverschap.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook