
'Gloed' mag dan tot zijn meesterwerk benoemd zijn, wat ons betreft kan het goeddeels autobiografische 'Bekentenissen van een burger' (uit 1935, nu in het Nederlands uitgegeven bij de Wereldbibliotheek) daar gerust naast.
'Bekentenissen van een burger' is een imposante kroniek: een met schijnbaar haarfijn in het geheugen vastgeklonken herinneringen gestoffeerd egodocument dat zich tegelijk laat lezen als een grotere geschiedenis. Die van een burgerlijke familie meer bepaald, en van het Hongarije van het begin van de twintigste eeuw, en van het Europa dat zich in die levendige tijden een eigen identiteit probeerde aan te meten.
Márai beschrijft met finesse zijn jeugd in Kassa, in wat toen Oostenrijk-Hongarije was. Het zijn in een aangename gloed gedrenkte herinneringen overdekt door een droefgeestige film. Want de schrijver is rusteloos, doorprikt voortdurend zijn eigen idylle en moet op reis. Hij doorkruist Europa - eerst als student, dan als journalist - en noteert.
De warm-laconieke verteltrant van de kleine jongen wordt gaandeweg een volwassen stem. Márai giet zijn twijfels en emoties in breed golvend, soms ontroerend proza. Het weze hem dan ook vergeven dat hij zich her en der een ietsje te veel laat verleiden tot misplaatste - want: te barokke - bellettrie.
'Bekentenissen van een burger' eindigt met een in het hart prikkende hommage aan de vader van de schrijver. Het is de zinderende finale van een boek dat op verschillende plans speelt, maar toch vooral in de herinnering haakt als het pijnlijk openhartige, in zwierige zinnen opgevoerde verhaal van een persoonlijkheid.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook