
In de eerste regels gooit Peter Esterhazy er al een prachtige dribbel uit, die een diepe liefde voor het edele balspel verraadt én een ironische trots. De Hongaar Esterhazy was allereerst een voetballer en werd pas daarna een schrijver. Dat blijkt uit elke letter die hij op papier zet: de verrukking van gekalkte witte lijnen op een versgemaaid grasveld, de wanhopige arrogantie van de ouder wordende voetballer, hoe de volksaard weerspiegeld wordt in het spel van een nationaal elftal - niets ontgaat zijn spiedende liefhebbersoog. Maar wat heeft het allemaal precies te betekenen?
Esterhazy, een postmoderne twijfelaar in het diepst van zijn gedachten, zal het nooit helemaal kunnen achterhalen, maar veel is terug te brengen op die ene, gedoemde dag, 4 juli 1954, toen het Gouden Team van de Hongaren de finale van het wereldkampioenschap met 3-2 verloor van West-Duitsland. Het Wonder van Bern: Hongarije, met zijn geniale dirigent Ferenc Puskas, loopt op het mes van de Mannschaft, dat in de groepsfase nog kansloos met 8-3 was verslagen. Onbegrijpelijk. En onverteerbaar voor alle Hongaren, die een halve eeuw later nog steeds in beslag worden genomen de pijnlijke nederlaag. Inclusief Esterhazy, vier op het ogenblik van de feiten.
Achteraf is niks meer hetzelfde: de Russen vallen Hongarije binnen en Puskas neemt de wijk naar Spanje waar hij, meer dan dertig jaar oud en met iets te veel vlees aan de botten, de grootste triomfen van Real Madrid zal regisseren. Achter het IJzeren Gordijn moet men zich warmen aan de gloed van de herinnering, het vermoeden dat het anders had kunnen lopen en het besef dat verliezen bij een Hongaar hoort zoals de vlo bij de hond. Als het op voetballen aankomt, lijken Hongaren akelig veel op Belgen.
Een reis naar Duitse voetbalvelden, vijftien jaar na de val van de Muur, maakt Esterhazy niet veel wijzer. Hongaren blijven verliezers, ook tegenover ossi's die zelf onder het communistische juk zijn uitgekropen. Vertrouw geen voetballiefhebbers die beweren dat ze afgaan op de schoonheid van het spel: voetbal gaat om winnen, winnen, winnen. 'Er zit aan het voetbal,' schrijft Esterhazy, 'een koude, praktische kant.'
Wie vijftig jaar na datum nog om de grote gemiste kans treurt, is onvermijdelijk een tikje zielig. Een sukkel, die weliswaar ook wijs genoeg is om niet-serieuze dingen serieus te nemen. 'Reis naar het einde van het strafschopgebied' is een boek over wat één afgeweken bal met een mensenleven kan doen.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook