
Vader Kaddisj is de enige hoerenzoon uit de Joodse gemeenschap die zijn afkomst niet verloochent. Nu de spanningen in Argentinië oplopen, helpt hij andere hijos de puta hun verleden te verdoezelen. Hij trekt 's nachts naar het kerkhof om de namen op de graven van de losbandige moeders weg te beitelen. De angst slaat toe en 'als de dood rondwaart zijn Joden altijd bevattelijker, vallen zij er als eersten aan ten prooi.' Ook een vooraanstaand plastisch chirurg vraagt Kaddisj zijn afkomst uit te wissen en overtuigt hem ervan zich te laten betalen in de vorm van neuscorrecties voor de hele familie. Maar zoals alle plannetjes van Kaddisj gaat ook dit de mist in. De chirurgie mislukt en loopt uit op een wansmakelijk neusnoodgeval.
Het verhaal komt op volle kracht wanneer het noodlot dit broze gezin frontaal op de verbouwde neuzen treft: Pato verdwijnt. Zijn ouders vatten een wanhopige zoektocht aan, maar in het geteisterde Argentinië zwijgt iedereen als het graf. Het verlies drijft Lillian en Kaddisj uiteen. De moeder schuift dagelijks aan bij het ministerie van Buitengewone Zaken, waar ze op een onbuigzame administratie stoot. Ze vertrouwt op een priester die haar verzekert dat Pato nog leeft. Intussen komt de vader tot de omgekeerde conclusie: een medeplichtige aan de ontvoeringen vertelt hem dat de staat alle vermisten zonder uitzondering vermoordt.
Knap is hoe Nathan Englander zijn personages zo dicht op de huid zit dat beide versies even overtuigend klinken. Pato wordt een zoon die zowel dood als levend is. In de roman mijmert Kaddisj: 'Er was waanzin voor nodig om twee tegenstrijdige werkelijkheden naast elkaar te laten bestaan.' Er is zeker straffe literatuur voor nodig om de lezer in twee tegenstrijdige werkelijkheden te doen geloven.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook