
Deze fraai gecomponeerde en zorgzaam gestileerde memoires stoppen trouwens in 1959; in meer had de schrijver geen trek. De honger en de schaamte van the artist as a young man, daar wou hij het duidelijk over hebben.
Eerst de honger. Die heb je in drievoud. Gewone honger hadden 'in de caloriearme werkelijkheid van de naoorlogse tijd' de meeste Duitsers. Daar kon je wat aan doen door, zoals Grass, in de mijn te werken of als steenhouwer op een kerkhof. Grass is van jaargang 1927 en had in die chaotische jaren ook een grote seksuele honger; hij beschrijft met graagte hoe hij díe probeert te stillen. Het best gelukt zijn nog de passages over zijn 'derde honger': het kunstenaarschap dat hij ambieert. Aanvankelijk was hij beeldhouwer en tekenaar, maar door zijn trouw aan de figuratieve kunst werd hij op dat terrein van de hoofdweg gereden - iets wat hij na al die jaren van literair succes nog lijkt te betreuren.
En dan is er de schaamte. 'Günter Grass was bij de Waffen-SS': dat was de grote kop die de lancering van zijn memoires begeleidde. Zijn oorlogsverleden was al tot in de details bekend: hoe hij als zeventienjarige tankschutter de ineenstorting van het Derde Rijk meemaakte in de buurt van de Neiße, de meeste van zijn kompanen zag afslachten en zelf door een granaatscherf geraakt werd - die nog altijd in zijn linkerschouder zit. Niet geweten was tot nu toe dat om die schouder het SS-uniform zat. Hij had zich vrijwillig gemeld.
Die wetenschap was interessant genoeg om in Duitsland meteen tot een felle polemiek te leiden, wat moeilijk anders kon omdat Grass zich een leven lang als politiek geweten van zijn land had opgesteld en het altijd had bezworen vooral niet te vergeten wat het op zijn kerfstok had. Voor politieke tegenstanders was het een mooi moment om de rekening te vereffenen. Van die man zou ik geen tweedehandswagen kopen, liet bijvoorbeeld Hitler-biograaf Joachim Fest weten (waarna hij stierf).
Waarom ging Grass bij de SS? Die vraag speelde niet echt in de rel, want dát been - de verleidingskracht van het nazisme - was de afgelopen decennia wel grondig afgekloven. Grass reflecteert voortdurend op de onbetrouwbaarheid van het geheugen, en zijn ondervragingen van 'de jongen met mijn naam' leveren hem uiteindelijk niets op. Hij schrijft nogal zakelijk over zijn SS-verleden, zonder zich ook maar enigszins te vergoelijken, zonder zich buitenmatig te beschuldigen.
Waarom heeft Grass zijn SS-lidmaatschap na de oorlog nooit opgebiecht? Uit schaamte, zegt hij, maar ook dit kan je bijeenlezen: hij wist dat het moeilijk zou worden met zijn artistieke carrière als die met zo'n bruin randje zou beginnen. 'Aan rechters geen gebrek.'
Waarom kwam Grass als haast tachtigjarige nog met dat SS-lidmaatschap voor de dag? Dat is de moeilijkste vraag. Een stunt om zijn memoires te verkopen, is gezegd (er is véél gezegd). Wie in het boek zelf een antwoord zoekt is gauw klaar, Grass wijdt er slechts enkele woorden aan, en dit is hun strekking: zijn drie hongers had hij weten te stillen, maar schaamte knaagt nog ongenadiger dan honger, en die viel alleen te stillen met een laattijdige bekentenis.
Het zal voor Grass moeilijk zijn te herstellen van de klap die zijn morele autoriteit kreeg, maar uiteindelijk zal z'n literaire kracht 'm wel redden.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook