
't Begint nochtans niet slecht: een jonge naamloze Berberschrijver met epilepsie vlucht voor ene Zatot de Barbaar - een mythische figuur die staat voor de verzamelde chaos en het rumoer in zijn thuisland aan, jawel, de Noordzee - en komt in Ohio terecht bij de Verenigde Naties der Letteren, een soort bosklassen voor jonge schrijvende intellectuelen van over de hele wereld. Terwijl de verteller, een vrijgevochten angry young man die uitsluitend de Muze dient, feestjes en lezingen afschuimt, botst zijn ego meermaals met de verstarde opvattingen van onder anderen een diepreligieuze corpulente feministe die erotische karamelleverzen schrijft, een getormenteerde Koreaanse vakbondsleider en een hindoemeisje met een lijfgeur.
El Haji jongleert met registers en stijlen en dartelt vrolijk door de verzamelde wereldliteratuur: zo heet zijn favoriete sparring partner Bernardo Soares, een van de vele afsplitsingen van de Portugese dichter Fernando Pessoa. Hilarisch wordt El Haji wanneer zijn verteller het subversieve gedrag van een van zijn collega-schrijvers zo kotsbeu wordt dat hij haar doet stikken in een bord reuzencouscous. Wanneer hij zich moet verantwoorden bij de top van de organisatie waar beiden te gast waren, spuwt hij zijn zorgvuldig opgespaarde gal en ontmaskert in één moeite door alle religieuze fanatisme als een ordinaire, al te menselijke zucht naar roem: 'Ziedaar, de achilleshiel van iedere ziel: de zucht naar erkenning voor gedane zaken, onverschillig of ze goed of slecht hebben uitgepakt.' Zijn reactie op fanatisme aan het andere eind van het spectrum, waar zich bijvoorbeeld hysterische commentatoren ophouden die islamieten 'geitenneukers' noemen, is dan weer kurkdroog: 'Wat bestialiteit betreft, moet ik zelf bekennen dat ik het toch ook liever met een strak geitje doe dan met een verlepte poes. Kwestie van keuzevrijheid, zo is het.'
Dat we 'Goddelijke duivel' nét geen drie sterren meegeven, is te wijten aan de nogal chaotische opbouw: 't is geen roman, eerder een (te) los amalgaam van hele en halve meningen, wilde ontboezemingen, brokken filosofie en commentaar op het leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Maar anders dan sommige van zijn collega's uit de stal van de El Hizjra-literatuurprijs solliciteert El Haji niét krampachtig naar een plek onder de polderstolp van de Nederlandse Letteren: 'Goddelijke duivel' is een ietwat mislukt onderzoek naar 'het wereldlijke moeras', maar wel één dat ertoe doet. Mogen we de schrijver bij wijze van troost een van zijn eigen oneliners serveren? 'De kunst ligt in het vallen en weer opstaan, vallen en weer opstaan, altijd maar vallen en weer opstaan.'






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookcheef
Donderdag 18 november 2010 - 01u28
tatah tirihitez aramwataz ta9azta9az tirahtitaz zanzararay alahwiram
Reageer ook