
Wij alleszins niet: met zijn vierde boek streek Mitchell enigszins onzacht langs onze twintig jaar oude littekens. Door, bijvoorbeeld, zijn hoofdpersonage te laten denken dat je iemand met de bijnaam 'Moron' niet gewoon 'Dean' kunt noemen of je reputatie ligt aan diggelen; dat iedereen behalve jij weet hoe je meisjes versiert; dat lezen een hobby is die alleen door idioten wordt beoefend, en gedichten schrijven iets voor homo's. Overigens: verdacht worden van lidmaatschap van de dynastie van het slappe handje, 't is zowat het allerergste wat een dertienjarige kan overkomen.
In zijn vorige romans 'De geestverwantschap', 'DroomNummerNegen' en 'Wolkenatlas' sleurde Mitchell de lezer over echte én verzonnen tijdperken heen, joeg hij zijn personages van het ene continent naar het andere en spon hij monsterachtig kluwens van bizarre verhaallijnen. Niks van dat alles in 'Dertien': in exact dertien hoofdstukken beschrijft Mitchell een jaar 1982, het jaar van de Falklandoorlog en de introductie van de compact disc - in het leven van zijn alter ego Jason Taylor. In de verstikkende dampkring van Black Swan Green, een fictieve wijk ergens in Worcestershire, probeert deze zelfverklaarde 'Drievuldig Onzichtbare Jongen' zijn angsten te bezweren - de angst om gepest te worden door zijn klasgenoten (hij stottert), de angst om iets verkeerds te zeggen en zijn ouders elkaar in de haren te zien vliegen, de in die jaren alomtegenwoordige angst voor de Bom. Het enige tegengif, ontdekt hij gaandeweg, zijn woorden: alleen op papier kan hij de rommel in zijn hoofd opruimen zonder te stamelen.
'Romans hebben de plicht om te entertainen,' vertelde Mitchell me twee jaar geleden, en hij is blijkbaar nog niet van mening veranderd: ook al is 'Dertien' een coming of age-roman zonder razende achtervolgingen, ontploffingen of bloederige yakuza-scènes, toch hebben we ons geen seconde verveeld met deze pseudo-autobiografie (Mitchell groeide net als Jason op in een gat in Worcestershire en heeft ook moeite met de p-klank aan het begin van een woord). De feiten uit zijn jeugd staan overal ten dienste van het verhaal, en hij onderscheidt zich makkelijk van de concurrentie met actiepassages als in het hoofdstuk 'Spoken' (waarin Jason door achtertuinen moet sluipen om lid te worden van een geheim genootschap) of met de intertekstuele knipogen in het geestige hoofdstuk 'Solarium': daar krijgt schrijver-in-wording Jason levenslessen van de flamboyante Madame Eva van Outryve de Crommelynck, de stokoude versie van een personage uit 'Wolkenatlas'.
Sommige schrijvers hebben louter therapeutische bedoelingen als ze hun jeugd verliteraturen, of gebruiken het als vingeroefening voor het Echte Werk: Mitchell behandelt zijn puberteit niet anders dan de research waarmee hij zijn vorige romans stoffeerde - als plasticine die hij naar hartelust kan kneden of waarin hij vrolijk kan kerven, met als enig doel: een waardige opvolger voor het hybride 'Wolkenatlas'. Mission accomplished.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookOssebolle O
Donderdag 20 juli 2006 - 10u09
Een boek dat je er inderdaad aan herinnert 'hoe het was'. Het dompelt je helemaal onder in de beleefwereld van een prille puber en je krijgt de neiging om de gevoelige Jason een hart onder te riem te willen steken: 'Het zal allemaal wel beteren, jongen!' Of net niet? Een aanrader (vind ik) voor iedereen met een (toekomstige) puber in huis. Misschien heb je dan een idéé wat er in zijn/haar hoofd omgaat!
Reageer ook