
Atwood transponeert een paar mythen naar de huidige tijd: Faust, Hamlet, een strippende Salome en een bimbo van een Trojaanse Helen, die het niet gemakkelijk heeft 'met half goddelijk te zijn en zo'. Ook recentere figuren dienen als inspiratie. In 'Chicken Little gaat te ver' legt Foxy Loxy het kuiken het zwijgen op omdat het te veel linkse praat verkoopt. De maatschappijkritiek is met andere woorden nooit veraf. Zo herken je in 'Krijgsheren' makkelijk een sneer naar het imperialisme van Amerika.
De algemene toon is bitter en bezwerend. In 'Wezenverhalen' wordt de status van weeskinderen in elf punten genadeloos ontleed. Bij wijze van verontschuldiging besluit Atwood: 'Elke observatie van het leven is hardvochtig, omdat dat het leven is.' Gelukkig compenseert ze al dat doemdenken met sarcasme. In 'Onze kat meldt zich in de hemel' zit God rustig engeltjes op te peuzelen. Daar mag onze kat niet bij helpen, maar die mag wel met de slechte zieltjes spelen. 'Onze hemel is hun hel', verklaart God, 'Ik houd van een evenwichtig universum.'
Het hoofdthema van 'De tent' is het schrijfproces zelf, waarvan Atwood - om het zacht uit te drukken - niet echt een hoopvol beeld schetst. In het metaforische titelverhaal biedt een tent van papier geen bescherming tegen de huilende buitenwereld: 'Het is een illusie te menen dat je gekrabbel een soort wapenrusting is, een soort amulet, omdat niemand beter weet dan jij hoe kwetsbaar je tent werkelijk is.' In 'Stem' vergelijkt de schrijfster haar werk met een 'onzichtbare vampier'. Ze lijkt zich ook bewust van de eindigheid van haar roem: 'Er is een minieme samentrekking in mijn stem. Een miniem rimpeltje.' Gelukkig valt van die rimpel nog niets te merken: Atwoods proza klinkt nog steeds haarfijn en scherp.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook