Van integratie gesproken: Naema Tahir grijpt in de titel van haar eersteling warempel naar de Nederlandse dt-regel om haar actieve engagement te onderstrepen. Haar boek heet 'Een moslima ontsluiert' (Houtekiet), en dat is geen spelfout. De Brits-Paki...

Van integratie gesproken: Naema Tahir grijpt in de titel van haar eersteling warempel naar de Nederlandse dt-regel om haar actieve engagement te onderstrepen. Haar boek heet 'Een moslima ontsluiert' (Houtekiet), en dat is geen spelfout. De Brits-Pakistaans-Nederlandse Tahir is een zogeheten 'kritische moslima': een soort Ayaan Hirsi Ali, maar net dat tikje minder provocatief, en begiftigd met net dat beetje meer common sense. Tahir is er de vrouw niet naar om zichzelf in passiefconstructies te láten ontsluieren, en legt in haar boek het zeer repressieve machismo van de Pakistaanse moslim bloot. Ze werpt een verkillend licht op het lot van kinderen die tussen twee (of meer) culturen vallen en nuanceert in één moeite door het hoofddoekendebat, een symbolische en toch belangrijke discussie over 'een van de ingewikkeldste stukken kleding van onze tijd'.
Het eerste deel is een zeer leesbaar relaas van een verscheurde en ontwortelde jeugd, die Tahir afwisselend in Slough (Engeland) en Etten-Leur (Nederland) doormaakte, toevallig twee stadjes waar men chocoladerepen maakt: 'Voor ons betekende identiteit: twee plaatsnamen op een marsreepje.' 't Zijn zeer concrete verhalen die ze ietwat en passant lijkt te vertellen, en dat maakt ze nu net zo indringend: geen hysterisch gescherm met 'democratie' en 'vrije meningsuiting', wel verhalen die tonen wat die abstracte begrippen betekenen als je vaders bril van zijn neus wordt geslagen omdat hij een dirty Paki is. Wanneer het gezin dan ook nog eens naar Pakistan verhuist ('De terugkeerwens. Welke migrant koestert die niet?') is de desoriëntatie compleet.
Het tweede deel maakt nogal abrupt een einde aan die verhalen, maar bevat wel onder meer een bundeling van de heldere stukken die Talin geschreven heeft voor NRC Handelsblad. Daar wijst ze nog explicieter op de dubbele moraal van de moslimpatriarchen die hun dochters wegstoppen achter chador, djellaba of boerka omdat ze weten hoe ze zélf als oude snoepers op minder zedige moslima's zitten te geilen. Ondertussen blijft 'cultuur' het favoriete schaamlapje - bij migranten zowel als in het gemiddelde VB-café. Tahir toont hoe haar vader doet alsof hij het westerse jargon ('gedwongen huwelijk') niet begrijpt: 'In feite begrijpt hij het natuurlijk perfect. In feite maken sommige mensen hier zichzelf ook maar iets wijs als ze zeggen dat migranten uit andere werelddelen de westerse waarden en tradities niet kunnen vatten. Misplaatst cultuurrelativisme.'
'Een moslima ontsluiert' is vaak bijzonder scherp, onder meer als het over de fetisj van de maagdelijkheid gaat. Op andere momenten, vooral in de discussie over de hoofddoek, bewijst Tahir dat ze véél meer inzicht heeft dan de gemiddelde allochtone zegsman en Patrick Dewael samen. De hoofddoek is oorspronkelijk een symbool van vrouwenonderdrukking, maar Tahir spreekt ook van een 'gevoel van devotie, geborgenheid en veiligheid'. En onderschat vooral niet de flexibiliteit en vindingrijkheid van de moslima zelf: zeker in Europa is de hoofddoek een geuzendracht, een teken van een nieuwe identiteit. Alleen al voor die bedenkingen is dit boek uw o zo westerse euro's waard.
0 reacties
reageer ookReageer ook