Het is niet anders: terwijl u en wij voorbestemd zijn om al bij leven en welzijn in de vergetelheid te sukkelen, zijn anderen er decennia na hun overlijden nog niet aan toe.

Cesare Pavese, de kolos uit Turijn, behoort tot die laatste categorie: tweeënzestig jaar na zijn zelfmoord wordt ‘Het grote vuur’ (Karaat), zijn laatste nagelaten werk, voor het eerst (geld gevonden in een oude jaszak? Italiaanse literatuur weer hip genoeg sinds Veronesi en Giordano?) naar het Nederlands vertaald.
Hij schreef het samen met Bianca Garufi; de biografische bijsluiter vermeldt dat zij slechts zevenentwintig was toen ze in 1945 aan de slag mocht bij uitgeverij Einaudi, waar ze al snel promoveerde tot zijn laatste muze.
‘Het grote vuur’ is hun enige gezamenlijke werkstuk, en wordt ons voorgesteld als een ‘tweeslachtige roman’. Pavese en Garufi schreven intuïtief en om beurten, à quatre-mains, een hoofdstuk – afwisselend uit het perspectief van Giovanni en dat van Silvia, twee doellozen wier hoop op een happy end al lang aan magerzucht lijdt.
Het levert een interessant experiment op: zoals de hoofdpersonages weigeren te kiezen tussen afstoten en aantrekken, zo is ook op papier te merken dat ook de auteurs elkaar tijdens het schrijven voortdurend zaten te besnuffelen.
En het samenwerkingsverband wérkt. In ‘Het grote vuur’ beschrijven Pavese en Garufi op behoorlijk zwierige wijze het Niets in een plattelandsuitvoering. Samen trekken Giovanni en Silvia de boer op om het verleden én het heden het hoofd te kunnen bieden, waarna ze – omringd door figuren als de akelige advocaat, de roddelende priester en de verstoten zoon – tot de vaststelling komen dat ze op geen van beide grip kunnen krijgen.
‘Het grote vuur’ is een passende liefdesroman – een romannetje; het is een inspanning van korte adem geworden – van een schrijver die op amoureus vlak achtervolgd werd door teleurstelling en knagende verbittering. De onmogelijkheid tot open communicatie ligt als een natte deken over het verhaal: geen mens of hij voelt zich wel verstikt door de aanwezigheid van anderen.
Praten wordt al te vaak overschat; liever dan emoties onder woorden te brengen, zet men in ‘Het grote vuur’ zijn tanden in andermans vlees. ’t Is een levenshouding die Pavese tot aan zijn jongste snik onderschreef – de laatste woorden die hij ooit neerschreef, waren: ‘Ik vergeef iedereen en ik vraag iedereen vergiffenis. Akkoord? Klets niet te veel.’
0 reacties
reageer ookReageer ook