Olivier Schrauwen - Arsène Schrauwen

, door ()

arsene

In ‘Arsène Schrauwen’ (Bries) focust hij op de fictieve tropengeschiedenis van zijn grootvader langs moederskant, een vitaal jongmens dat in 1947, op uitnodiging van zijn neef Roger Desmet, aanmeert in een niet nader genoemde Afrikaanse kolonie. Terwijl neef Desmet een monstermaquette bouwt voor een megalomane stad in de jungle, raakt Arsène – hij verblijft in een bungalow die door een mysterieuze boy rijkelijk van trappist en verse eieren wordt voorzien – verstrikt in zijn gedachten en angsten, alsook in heftige amoureuze gevoelens voor Desmets echtgenote Marieke; een cocktail die ’m gestaag richting waanzin drijft. Maar dan slaan de stoppen door bij Desmet zelf; Marieke promoveert Arsène tot expeditieleider, en samen leiden ze een karavaan naar de bouwsite, diep in het hart der duisternis.

Schrauwen hanteert een rauwe, minimale stijl, en dat in drie schakeringen blauw voor scènes die zich in schaduwrijk gebied afspelen, felrood voor scènes die loden hitte of dito lichaamswarmte veronderstellen. Zijn dialogen en commentaarstem zijn veelal zakelijk, maar ’t is koud bloed dat door een wild kloppend vertelhart stroomt. Schrauwen heeft bovendien lak aan genreconventies: hij serveert zonder verpinken een streepje homoporno, noopt de lezer op monkelende wijze tot bedachtzaam lezen (‘Gelieve een week te wachten alvorens verder te lezen,’ zo onderbreekt hij hoofdstuk 3, op de pagina erna luidt het: ‘Bedankt voor het wachten’), rijgt gruwel aan hilariteit en geeft banale voorvallen gezwind een kosmische dimensie.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven