Tommy Wieringa - Honorair kozak

, door ()

Tommy Wieringa

Zijn reisverhalen stapelden zich de voorbije tien jaar op, tien jaar waarin Wieringa noest aan een indrukwekkend roman-oeuvre bouwde. De gedachten die toen geen plaats vonden tussen de kaften van ‘Joe Speedboot’ of ‘Caesarion’, zijn nu terug te vinden in ‘Honorair kozak’. Het resultaat leest als een staalkaart van de wereld; van Brussel, ‘een stad voortdurend op de rand van een burgeroorlog’, tot de zengende vlaktes van Curaçao. Wieringa heeft ‘de smaak voor de wereld’ van zijn moeder geërfd – de vanzelfsprekendheid waarmee hij in gammele vliegtuigjes vliegt, halfgetemde paarden berijdt en mondaine schrijversfeestjes trotseert, is dan ook om jaloers op te worden. Toch is Wieringa zelf de eerste om die euforische reisheroïek te temperen. De gezamenlijke noemer van de mensen die hij onderweg ontmoet is eenzaamheid, een reizigersziekte waar Wieringa zelf meermaals mee kampt. Hij presenteert zichzelf ook allerminst als een moderne Francis Drake of Marco Polo. In het gevaarlijke Tanger verblijft hij dan wel stoer in een nulsterrenpension, zijn gevoeg doet hij in het luxehotel aan de overkant: ‘Luxe is de vijand van de observatie, maar een wc zonder barsten in de pot en de plaque van ontelbare voorgangers op het porselein wordt door mij zeer op prijs gesteld.’

In tijden dat nagenoeg elke vakantiefoto een selfie moet zijn, is de bescheiden rol die de auteur zichzelf toedicht in zijn verslagen hoogst verfrissend. Hij is vooral een ‘geduldige visser’, die passanten slinks hun levensverhalen afhandig maakt. Wat van Wieringa zo’n straffe romanbeitelaar maakt, is ook hier ampel aanwezig: het kalme oog, de gezapige blik die verder reikt dan die reeks toevalligheden die het leven heet en het onderliggende raderwerk ontwaart. ‘Het was niet voor het eerst dat ik het gevoel kreeg dat ik op een web van snaren liep, dat alles trilde en zong zodra ik me verroerde.’ Die gezapigheid maakt van ‘Honorair kozak’ een vrolijke bundel. De lichtvoetige anekdotes – over het ontbijt van toptennissters en jezelf naakt uit je hotelkamer buitensluiten – verdringen elkaar, enige mistroostigheid wordt snel bedekt met de mantel der wrange humor: ‘Wat doen mensen elkaar aan – een vraag die vooral bij me opkomt in diplomatieke kringen en bij rondleidingen door concentratiekampen.’ Als er al enige onrust te bespeuren valt, is het omdat de ouderdom hem stilaan op de hielen zit en de goede observator die Wieringa is, ook daar niet blind voor blijft. Niet toevallig dan, dat historische figuren, kunstwerken en zelfs landschappen die getuigen van een koppige standvastigheid – ‘handige dromers, maniakale verzamelaars’ – zijn fascinatie wegdragen. ‘Handige dromer, maniakale verzamelaar’: zou Wieringa dat zelf ook op zijn visitekaartje hebben staan?

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven