Claudio Magris - Het museum van oorlog

, door ()

sq

Ook voor zijn jongste roman ‘Het museum van oorlog’ (De Bezige Bij) vindt Magris zijn uitgangspunt in Triëst, en wel bij een zonderlinge inwoner van de stad: een man die van de creatie van een Totaalmuseum van de Oorlog zijn levenswerk heeft gemaakt, in de hoop zo na de verschrikkelijke conflicten van de 20ste eeuw voor de vrede te kunnen ijveren. Deze ‘tragische verzamelaar’ bestond echt, van 1909 tot 1974, hij heette Diego de Henriquez en sinds kort bestaat ook zijn museum in Triëst. In de roman krijgt de man geen naam, en evenmin een scherp portret: Magris zoomt in op de museumstukken die hij heeft verzameld, niet op biografische details, en de romancier zingt zich los van de feiten. Zijn verzameling (‘de uitrusting van de dood’) zag Henriquez – of is het Magris? – breed: evengoed als een tank horen er stekelige cactussen in thuis.

Soms is de verzamelaar zelf aan het woord, vaker nog duikt de stem van Luisa Brooks op. Zij is de projectleidster die ervoor moet zorgen dat Henriquez’ museum er komt, nadat de man zelf in een brand is omgekomen te midden van zijn verzameling, in de lijkkist waarin hij sliep.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven