John le Carré - Een erfenis van spionnen

, door ()

Als dat waar is, betekent dat slecht nieuws voor John le Carré, want de Britse schrijver wordt al sinds Martin Ritts donkergrijze versie van zijn doorbraakthriller ‘The Spy Who Came in from the Cold’ (1963) – ‘Spion aan de muur’ in onze contreien – getrakteerd op uitstekende adaptaties van zijn werk.

Vooral de laatste jaren is er weinig reden tot klagen: vóór Susanne Biers bekroonde miniserie ‘The Night Manager’ (2016) was er Anton Corbijns ijskoude pionneneindspel ‘A Most Wanted Man’ (2011), en dáárvoor had Tomas Alfredson met ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ (2005) al bewezen dat je geen Aston Martins of geschudde wodka-martini’s nodig hebt om een sfeervolle spionagefilm neer te zetten. Dat is de verdienste van Le Carré: in boeken als ‘Edelman, bedelman, schutter, spion’ (1974), ‘Spion van nobel bloed’ (1977) en ‘Smiley’s prooi’ (1979) creëerde hij een wereld van geheim agenten als ambtenaren die in grijze achterkamertjes hun valstrikken spannen.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven