Martin Michael Driessen - 'De pelikaan' en 'Rivieren'

, door ()

Toch zijn het vooral dat soort onmodieus klinkende termen waarmee Martin Michael Driessens nieuwe boek ‘De pelikaan’ (***1/2) geprezen wordt. Sinds Driessen in 2016 uit het niets de ECI Literatuurprijs én de ECI Lezersprijs won met zijn bundel ‘Rivieren’ (****1/2) is de 63-jarige Nederlandse auteur dé lieveling van het voltallige recensentengild. De man die in een vorig leven lid was van de nationale schermploeg van Oranje en er ook al een carrière als toneelregisseur op heeft zitten, debuteerde in 1999 op zijn 45ste met de atypische ridderroman ‘Gars’ en voegde daarna nog de bijbelherschrijving ‘Vader van God’ (2012), de novelle ‘Een ware held’ (2013) en de onder het pseudoniem Eva Wanjek gepubliceerde roman ‘Lizzie’ toe aan een oeuvre dat al een tijdje geldt als geheimtip voor literaire fijnproevers. Bij het verschijnen van ‘De pelikaan’ was dat geheime er al goeddeels af. De in communistisch Joegoslavië gesitueerde parabel over twee mannen die elkaar chanteren zonder het van elkaar te weten, is een droogkomische vertelling over het grote onheil dat vaak voortvloeit uit de kleine kantjes van de mens. Het zorgvuldig geconstrueerde boek over goed en kwaad, en hoe die twee soms verrassend dicht bij elkaar staan, duikt terecht met heel wat lofbetuigingen op in vele eindejaarslijstjes, al klinkt die lof soms even ingehouden als het proza zelf. Alsof niemand durft toe te geven dat Driessens klassieke stijl weleens flirt met de grens van de oubolligheid.

De auteur speelt ingenieus met het vertelperspectief maar zijn verteller is vaak even betweterig als alwetend. De nogal zelfingenomen stem klinkt soms heerlijk grappend ironisch, maar af en toe ook vervelend arrogant. En Driessens meesterlijk soevereine stijl doet je sommige zinnen ademloos herlezen, maar baadt ook iets te vaak in een al te zwaarbeladen symboliek. Die van de pelikaan als een op een misverstand berustend christelijk symbool voor zelfopoffering en wederopstanding wordt in de roman tot tweemaal toe uitgelegd, maar de beeldspraak die de lezer zelf moet weten te verklaren, is vaak even voor de hand liggend; net als de immer op en neer gaande kabelspoorweg als metafoor voor het leven. Hetzelfde geldt overigens voor de levenslessen die uit het verhaal getrokken mogen worden. Want wat te denken van de nuloperatie die de wederzijdse chantage van de hoofdpersonages uiteindelijk blijkt te zijn, of van het onheil dat net toeslaat bij plots geldelijk gewin?

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven