
Zou Humo de cd van een acteur bespreken als die niet, onder andere, op meesterlijke wijze gestalte had gegeven aan het Rolmodel der Rolmodellen in 'The Big Lebowski'? Wellicht niet. Maar het verheugt me te melden dat Jeff Bridges ook op plaat übercool is.
Zijn titelloze debuut (als je de songs op de soundtrack van z'n recente countryfilm niet meetelt) lijkt op het eerste gehoor een countryplaat, maar dan eentje van het goeie soort. Ze leunt meer aan bij de juweeltjes die Bob Dylan in New Orleans opnam, of bij de grillige parels van Tom Waits, dan bij de doorsnee gesjeesde yeehaw-schlagers die Nashville al vijftig jaar uitbraakt.
En zoals Dylan zich liet seconderen door Daniel Lanois, zo deed Bridges een beroep op z'n goeie maat T-Bone Burnett, één van de onbezongen bewakers van de goede smaak.
Hier en daar leveren Marc Ribot, Sam Phillips (de singer-songwriter, niet de legendarische maar helaas ook morsdode producer) en Rosanne Cash aurale franjes die een al mooie plaat nog meer doen schitteren (geen bijdrage van Jesus Quintana, jammer genoeg).
Geen enkele noot op deze plaat is dan ook ondermaats. De songs zijn oké, de zang van Bridges is een stuk beter dan je van een acteur kan verwachten, en de arrangementen zijn mysterieus, doorleefd en inventief. De teksten zijn zelden meer dan mijmeringen over verloren liefdes en betreurenswaardige levenskeuzes in bergen of op highways, maar Bridges heeft een stem à la Leonard Cohen: hij zou teksten van Sam Gooris kunnen debiteren en nog cool as fuck lijken.
Ondanks verzuchtte Jeff Bridges dat hij in de ogen van z'n dochters nog nooit iets heeft gedaan dat de moeite waard was. Die grieten moeten niet alleen dom en blind, maar ook doof zijn. Niettemin vertrek ik meteen naar LA om hen te versieren – The Dude als schoonvader, how cool is that?






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook