
Toptracks:
- The Wonder of Falling in Love
- True Sting
- Black Bird
- Buried Alive
Scott Matthew zingt het fluisterend met de hem karakteristieke, licht hese stem (halverwege Mark Hollis en de jonge Bowie). Op zijn vorige twee platen was de song in kwestie, 'Duet', wellicht even naargeestig geëindigd als hij begonnen was, maar niet zo op 'Gallantry's Favorite Son': aan het slot glooit er hoop, en dat (voorzichtige) optimisme kenmerkt deze nieuwe plaat wel vaker.
Een paar maal klinkt Matthew - stop de persen! - zelfs uitgelaten. Het dartele, naar airplay smachtende 'The Wonder of Falling in Love' is een godswonder: een song die de gelukzaligheid van prille liefde bezingt zonder een seconde klef aan te voelen. In het al even levenslustige 'Felicity' (over de opbeurende kracht van vriendschap) slaat Matthew vrolijk aan het fluiten, en in 'No Place Called Hell' (een aanval op religieus fanatisme van elke gezindte) zit zowaar een lalala-refreintje.
In die blijmoedige nummers gaat het tempo de hoogte in, en in een paar worden er drums gebruikt - nog een primeur. De uitgepuurde ballads (een likje piano, spaarzaam getokkel op gitaar of ukelele, soms wat cello) zijn zeker niet uit 's mans songbook geschrapt, en bij zulke instrumentatie zingt Matthew nog immer mistroostige teksten ('Seedling', 'True Sting', het met macabere stemmen getooide 'Buried Alive', 'Black Bird') die de luisteraar in een bad melancholie onderdompelen.
Goeie melancholie, voor alle duidelijkheid: eerder een beschermende film dan een vergrootglas voor je angsten. En zo slaagt de zanger erin ons op één en dezelfde plaat troost te brengen en op te vrolijken. Scott Mattew: een man voor alle seizoenen.






















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook