
Hun heroïne- en opiumplaten moeten nog ergens in een kluis liggen, want hoe ver heen Primal Scream ook was, nooit brachten ze iets ondermaats uit.
Vierentwintig jaar ver in hun carrière zijn de Primal Screamers aan het experimenteren geslagen met de concepten familie (zanger Bobby Gillespie kreeg kinderen en trouwde) en gezondheid (bassist Gary 'Mani' Mounfield ging op dieet).
Wat dat oplevert? Volbloed pop godbetert, net datgene waartegen de band zich ooit totterdood leek te zullen verzetten. In de verte huilt een fan van het eerste uur, maar wij zijn blij: van 'Beautiful Future' (die titel alleen al) spat de levensvreugde af, en meer moet pop niet doen.
Het openingstrio is indrukwekkend. De titeltrack swingt op de vrolijke blanke soulbeat waarop New Order en Blur een patent leken te hebben, single 'Can't Go Back' stuift als een uit de kluiten gewassen gezinsberline, en in 'Uptown' gaat de voet van het gaspedaal en wordt er overgeschakeld op een gezapige maar nooit luie discobeat.
Daarna - het komt voor in de beste families - gaat 'Beautiful Future' door een klein dipje, en dus dachten Gillespie en co.: 'Laten we er wat gasten bijhalen.' Goed gedacht! 'I Love to Hurt (You Love to Be Hurt)' krijgt een extra dosis geile spanning door de backings van Lovefoxxx van CSS; Josh Homme doet wat Josh Homme doet (een forse stoot seks toevoegen dus) met 'Necro Hex Blues'; en de aanwezigheid van de Fleetwood Mac-cover 'Over & Over' wordt geheel gerechtvaardigd door de bijdrage van één der beste folkzangeressen aller tijden: Linda Thompson.
Om te worden bijgezet in de Primal Scream Ultratop is 'Beautiful Future' te wisselvallig, maar als getoonzette levensles is het een plaat die kan tellen. Wij hadden ons het nuchtere leven namelijk helemaal anders voorgesteld.
Toptracks: 'Uptown', 'Can't Go Back'

























0 reacties
reageer ookReageer ook