
Net als Lynch - zo voerde de man aan - zijn songschrijvers Spencer Krug en Dan Boeckner undergroundsterren die aan één project niet genoeg hebben: in de drie jaar sinds hun debuut 'Apologies to the Queen Mary' hebben ze hun übercoole reputatie bevestigd via zijsprongen met Swan Lake, Sunset Rubdown en Handsome Furs.
Bovendien schrijven ze epische rock-met-synths-songs met een volstrekt eigen logica, waarin het heerlijk verdwalen is tussen catchy refreinen en moderne progrock-fantasietjes.
En wat is Lynchiaanser dan een ode aan een oude muzikale glorie ('California Dreamer' ruikt naar The Doors), een fikse snuif quirky retro (kermisorgeltjes, flarden Bowie-zang) en een gifwolkje paranoia hier en daar ('Soldier's Grin', 'Language City')? Ons antwoord: een lichtjes geschifte blonde heldin die bij voorkeur Laura Dern heet. Toen zweeg hij eindelijk.
De springerige new-wave-rush van 'The Grey Estates' mag dan lekker weghappen, op 'At Mount Zoomer' staan geen kant-en-klare indiehits à la 'Shine a Light' of 'I'll Believe in Anything'.
Wolf Parade klinkt maanziek en rusteloos, en helt soms vervaarlijk over richting pompeuze chaos (de volle elf minuten van 'Kissing the Beehive'). De ambitieuze tweede plaat is daarmee niet het ultieme meesterwerk geworden, maar wie de tijd neemt om een paar luisterbeurten lang in te zoomen op de nieuwe songs, krijgt een betere, coherentere langspeler te horen dan 'Apologies' - met toptracks als het smeulende 'Fine Young Cannibals' (elegant én spooky) en 'Language City' (dat killerrefrein! die subtiele orgelhook!). Geen 'Blue Velvet' dus, maar voor ons volstaat 'Mulholland Drive' ruimschoots.
Toptracks: 'The Grey Estates'




















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook