
Daarop ging Topley-Bird met het veelzijdige 'Quixotic' succesvol op eigen benen staan, geholpen door Josh Homme, Mark Lanegan en - ironie - Tricky himself. Op haar tweede soloplaat heeft ze nu voldoende aan de assistentie van Danger Mouse (de knoppendraaier van Gnarls Barkley) voor een interessante pingpongpartij tussen uitnodigende melodieën en mysterieus verpakte melancholie.
'The Blue God' gaat weinig verrassend van start, maar algauw troont een vinnige baslijn ons mee naar het onbezorgd heen en weer wiegende 'Carnies', dat in ons lijstje Lieflijke Nummers over het Kermiswezen een serieuze concurrent wordt voor 'Foorwijf!' van Clement P.. 'Baby Blue' en 'Poison' zijn op Winehouse-leest geschoeid: een hups sixtieswijsje, problèmes d'amour, vijf flessen tequila en klaar. Topley-Bird zingt alsof de helft van haar tanden zopas getrokken is, maar dat maakt haar engelengeluid nóg sensueler - voor ons althans. Ondanks de poppy inslag troffen wij hier ('Shangri La') en daar ('Snowman') nog restanten van Tricky's machinale bitterheid aan. Nog spannender wordt het op 'Yesterday', waar de zang verstoord wordt door verknipte elektronica, schimmige stemmen en grillige beats. 't Is alleen op die momenten dat Martina's broze geluid diep in onze ziel kerft. Dat maakt van 'The Blue God' een oerdegelijke en intrigerende plaat - met dank aan haar schrijverstalent en verslavende voice - maar evengoed een gemiste kans.




















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook