
Dé langverwachte Best Of heet voor de gelegenheid 'Ring of Fire, the Legend of Johnny Cash'. Langverwacht omdat eindelijk een selectie uit de twee grote succesperiodes is samengebracht: aan de ene kant de hits uit de prille Sun-jaren en de latere gevangenisplaten (plus, uit de 'nadagen', onder andere 'The Wanderer' van en met U2), en aan de andere kant een (veel te schuchtere) greep van zes songs uit de legendarische American Recordings-cd's die Cash heeft opgenomen met Rick Rubin. Naar een betere introductie tot zijn werk zult u lang moeten zoeken, maar toch: het blijft een beetje zoals voorspel zonder seks. En wel hierom: 'Ring of Fire' biedt een te grofkorrelig beeld van de man die Johnny Cash was; een dubbel-cd (of meer!) zou het minste geweest zijn om hem recht te doen. Alleen al de pakweg honderd dertig American Recordings-songs terugbrengen tot een armzalige zes (en niet eens de allerbeste, al zijn 'One', 'Hurt', 'Rusty Cage' en 'Give My Love to Rose' wel present), is eigenlijk heiligschennis. Maar hey, als 'Ring of Fire, the Legend of Johnny Cash' u op weg helpt om de man en zijn muziek te leren ontdekken, hoort u ons verder niet klagen.
Op zoek naar de beste langspeelplaat van Johnny Cash, als aanvulling op de Best Of in uw kast? In één digipack worden nu de beide gevangenisplaten te koop aangeboden: 'At Folsom Prison' (met het magistrale 'Cocaine Blues') uit 1968 en 'At San Quentin' (met de hits 'San Quentin' en 'A Boy Named Sue') uit 1969. Essentiële platen omdat ze Cash op zijn scherpst laten horen, verbaal en muzikaal. Hij is beide keren de onverschrokken menner van een publiek van zware bajesklanten die niet om participatie verlegen zitten. Cash is één van hen, al heeft hij in heel z'n leven nauwelijks een dag in de nor doorgebracht, en dat inlevingsvermogen typeert hem. Bassist Marshall Grant vertrouwde ons ooit toe dat alle muzikanten - op Cash na - die middagen stijf van angst en stress op de planken stonden (de zaallichten bleven uit voorzorg aan), maar het is er niet aan te horen: 'At Folsom Prison' en 'At San Quentin' mogen in geen enkele collectie of op geen enkele iPod ontbreken. (Beide cd's zijn aangevuld met tracks die om praktische redenen - de beperkingen van vinyl - destijds de elpees niet gehaald hebben.)
Er is veel over geschreven, en de film zet er nog eens extra de volgspot op: zonder June Carter Cash zou the man in black, verslaafd als hij was aan pillen en drank, wellicht nooit zo oud zijn geworden. Maar ook muzikaal stond June Carter - telg uit de fabeltastische Carter Family-dynastie - haar man terzijde, op de podia en in de studio. Hun duetten zijn chronologisch bijeengebracht op 'Duets', van Dylans 'It Ain't Me Babe' uit 1964, over hun grootste hit 'Jackson' uit 1967, tot 'It Takes One to Know Me' uit 1977. Een aangename aanvulling op het oeuvre van beiden.
Een mooie herinnering aan de film zal ten slotte 'Walk the Line, the Original Motion Picture Soundtrack' bieden. De bekendste hits uit de beginjaren worden zowel in de film als op cd vertolkt door de als zangers debuterende Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon. Straf hoe ze zich van die taak kwijten - het geeft de film extra cachet - maar 't is natuurlijk niet de diepe grom van Cash of de heldere stem van Carter die we horen. En met al die Best Of'en en re-releases binnen handbereik, scheelt dat.




















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookTisik
Woensdag 27 juni 2007 - 17u39
Zonder woorden.
Reageer ook