
Het is bijna onmogelijk een stukje over een plaat van het IJslandse Sigur Rós te schrijven zonder in reisgidsenjargon te vervallen (borrelende geisers... smeltende gletsjers... mistige fjorden...), maar wat moet een mens anders? Op papier lijkt Sigur Rós nergens op: een zanger met een castratenstem die in een zelfverzonnen brabbeltaaltje - Hopelandish - zingt; en nummers met heel vage contouren, die tergend traag van rustpunt naar climax en terug zweven en ondertussen moeiteloos de tien-minuten-grens overschrijden. Sigur Rós met andere bands vergelijken is een hopeloze opdracht: we hebben al verwijzingen gelezen naar Mogwai, Low en Godspeed You Black Emperor!, of naar de Pink Floyd van 'Dark Side of the Moon' en de Tim Buckley van 'Starsailor', en hoewel daar overal wel iets in zit, klinkt Sigur Rós uiteindelijk toch alleen maar als zichzelf.
Met de plaat 'Ágætis Byrjun' belandde de sound van Sigur Rós zowel in de strak gedesignde kantoren van corporate marketeers, als in de dagboeken van jongens en meisjes die op zoek waren naar een plaat die hun leven zou veranderen. Maar de songs op '()' klinken introspectiever, dissonanter, uitgepuurder - zeg maar: minder toegankelijk - dan die van 'Ágætis Byrjun'. De zoetige strijkers en de min of meer gestructureerde liedjes zijn nagenoeg helemaal verdwenen, en plaat valt uiteen in twee delen, met 30 seconden stilte ertussen: eerst vier kortere tracks met veel warme pianopartijen en orgeldreunen; op de B-kant verliest de band zich in epische, soms bijna psychedelische jams, met louter gitaren, bas, percussie en zang. Wij houden net iets meer van de poppier kant A. Van songs als de openingstrack, met dat doodsimpele, maar prachtige pianomotiefje en de kwetsbare falsetto van Jon 'Jonsi' Thor Birgisson, die hier naar stratosferische hoogten wordt ge-pitcht. Aan magische, majestueuze momenten ontbreekt het niet op '()', maar de verrassing van 'Ágætis Byrjun' is uiteraard wel grotendeels verdwenen: een herkenbaar geluid kan heel snel in een formule verzanden.
Sigur Rós blijft echter ongrijpbaar. Zo zaait Jonsi verwarring door in bijna alle nummers dezelfde 'tekst' te zingen - iets als 'You si-yo no fi lo' - alsof hij de spot drijft met iedereen die in hun songs naar diepere betekenis zoekt. Veel critici vinden dat pretentieus, en het feit dat ze de cd '()' genoemd hebben en dat de songs - die vroeger op setlists wél namen hadden - nu opeens als naamloos gepresenteerd worden, helpt ook niet echt.
Wij houden het er liever op dat de IJslanders een cd-boekje dat louter uit lege pagina's bestaat gewoon grappig vonden. Wij geloven graag dat ze godganse dagen op de rand van een krater naar het fluiten van de wind zitten te luisteren, en dat ze dat geluid en dat gevoel dan 's avonds in muziek trachten te vangen. Niets meer, niets minder, maar ze zijn er verdomd goed in.
Luister eens naar '()'. De kans bestaat dat u al na twee nummers met een flinke shot Ramones gereanimeerd moet worden. Maar wat dan nog?





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



4 reacties
reageer ookBenny Camino
Dinsdag 1 juni 2010 - 20u27
Hun beste, naar mijn bescheiden mening.
vlotjes
Vrijdag 25 juli 2008 - 19u27
Ik vind het ongelooflijk mooie en met veel emotie doordrengde muziek. Alleen is alles wel enkel te verteren als je hoofd ernaar staat. Niet de ideale carwash lp dus.
franz_f
Zondag 3 september 2006 - 11u26
inderdaad, the pop song (untitled 8) is weergaloos
pablo
Woensdag 15 februari 2006 - 13u05
Prachtplaat; inderdaad verschillend van 'Ágætis Byrjun', maar zeker niet minder goed. Geeft iets meer het gevoel van een conceptplaat - of 2 conceptplaten, cf. het opsplitsen in 2 delen. Het blijft alleszins spannend van de 1e tot de laatste seconde: van het wondermooie 'Untitled #1' tot en met het episch slot 'Untitled #8'. Twee sublieme identiteiten van Sigur Rós voor de prijs van één: je moet wel gek zijn om daar proberen aan te weerstaan!
Reageer ook