Japan, door de doorsnee-recensent als óervervelende kimono's afgevoerd, heeft nooit de erkenning genoten die het vijftal Sylvian, Kam, Barbieri, Jansen en Dean toekwam. Met Talking Heads waren ze de eersten om met Afrikaanse én oosterse ritme...

Japan, door de doorsnee-recensent als óervervelende kimono's afgevoerd, heeft nooit de erkenning genoten die het vijftal Sylvian, Kam, Barbieri, Jansen en Dean toekwam. Met
Talking Heads waren ze de eersten om met Afrikaanse én oosterse ritmes te experimenteren; ze bewezen dat ritme en melodie niet noodzakelijk tot schrale discofunk leiden, en Sylvians stem en frasering zijn uniek, al regende het in de pers kortzichtige
Ferry and Bowie-vergelijkingen. Muzikaal zat
Japan gekneld tussen aardse, lichamelijke swing en onder dikke lagen
weltschmerz bedolven introvert sentiment. Het leek vanzelfsprekend dat David Sylvians éérste soloschets eerder in dezelfde sfeer als "Ghosts", "Nightporter" of "Forbidden colours" zou baden. Dat is ook zo; "Brilliant trees" ademt landelijke rust uit. Alleen het naar Sylvians normen matige "Pulling punches", ietwat tijdsgebonden aandoende avantgarde-funk; Sylvian goes New York, en het minutieus opgebouwde "Red guitar" kijken reikhalzend uit naar grootsteedse discotheken. De overige vijf parels zijn stokoude herenhuizen-met-gevoel-voor-drama; omgeven door een aura van beheerste ingetogenheid. Het jazzy, door Sylvians akoestische gitaar en
John Hassels schitterende trompetsolo de mooiste sinds "Shipbuilding" gedragen "The ink in the well", een voorzichtige ode aan kunst en kunstenaar, getuigt nog van een onbekommerde zomerse passie, maar daarop slaat de weemoed toe. "Backwaters", bijvoorbeeld, glijdt via de geladen, dreigende intro zó af naar het claustrofobische. Weinig song, hier, maar dat gemis wordt zowel door de raspende, licht-hese stem als door
Holger Czukays fragmentarische ge-luidscollages uitgewist. Czukays invloed is vooral op kant twee manifest én functioneel : met het roer in eigen handen wil de man naast briljante momenten wel 's in ongebreidelde en bijgevolg minder slagvaardige experimenten vervallen. Hier is improvisatie synoniem voor absolute inzet; Sylvian heeft als een elegante bloedzuiger zowel Hassels, Czukays als
Sakamoto's kwaliteiten opgeslorpt, tot nut van het geheel.
'Weathered Wall', zó uit het repertoire van Peter Gabriel gelicht, is niet het onduidelijke, oeverloze geëmmer dat in deze halfzachte sector al te veel voor 'sfeer' doorgaat, maar getuigt van een onmiskenbare stille kracht. Wie van het idyllische fresco 'Nostalgia' een fijngevoelig relaas over evolutie versus het steriel vastklampen aan het verleden, geen krop in de keelkrijgt, moet eens nagaan of z'n hart niet geëmigreerd is. Wie het uitgebalanceerde, sublieme tweeluik 'Brilliant Trees' niet lust, kan aan de noordpool het smelten van het poolijs wat gaan vertragen.
'Brilliant Trees' van David Sylvian is een dosis warme perfectie. Vóór augustus een gouden plaat voor deze man, of op uw bakkes.
0 reacties
reageer ookReageer ook