
Reden te over dus om met erg veel argwaan, achterdocht en wantrouwen de plaat ter hand te nemen van 't meisje dat de jongste maanden door de Amerikaanse en Engelse vakpers tot een genie in wording is uitgeroepen. Een meisje dat Patti Smith heet, begon als dichteres en geleidelijk aan die - vrij sombere, niet zonder overdrijving met Rimbaud vergeleken - gedichten op muziek begon te zetten. Dankzij de Stones, bij wie ze wat uiterlijk betreft heel goed zou thuishoren en die haar volgens interviews het gevoel gaven dat rock sexy kan zijn. Met haar verhalen over dode Stone Brian Jones en Jimi Hendrix, over auto-ongelukken en in moeilijkheden geraakte jongens begon ze kleine klubs af te werken, werd ze een kult-figuur in de CBGB-bar in de Bowery waar zelfs Dylan een keer kwam luisteren, werd haar band steeds beter en kreeg ze uiteindelijk een platenkontrakt bij het label van de omstreden en bij CBS ontslagen platenreus Clive Davis.
De eerste langspeler die ze met begeleiders Richard Sohl, Lenny Kaye, bassist Ivan Kral en drummer Jay Lee Daugherty voor Davis maakte heeft nu eindelijk België bereikt. En om er verder geen doekjes om te winden moet worden gezegd dat alle wierook ditmaal niet ten onrechte is uitgesprenkeld. Dat John Cale het geheel geprodjoest heeft, is zo te horen geen slechte zaak geweest, maar van doorslaggevend belang lijkt het ook niet te zijn geweest. Dat de groep heel wat professioneler klinkt dan je uit bezetting en geschiedenis zou verwachten, is natuurlijk ook meegenomen. Maar ook met een andere prodjoeser en een andere groep zou "Horses", zoals deze plaat heet, als het beste debuut in lange tijd kunnen worden beschreven. Omdat Patti Smith inderdaad zonder meer een aanwinst is. Ze zingt op een manier die soms doet denken aan Lou Reed - de hele plaat ademt trouwens die hele dekadente New Yorkse sfeer uit - en soms aan Jim Morrison en soms, in de huilerige uithalen, aan Connie Francis. En ze kan nummers schrijven. Intens triestige gedichten zoals "Birdland". Maar vooral rockers waarin ze duidelijk laat blijken dat ze moeilijke, getormenteerde teksten kan kombineren met muziek waarop zo nodig gedanst kan worden. "Kimberley" bijvoorbeeld. Of het van flarden "Boney moroney" en "Do the watusi" voorziene, briljante "Land".
En alsof dat nog niet genoeg zou zijn, is er de openingstrack "Gloria". Beginnend met een Leonard Cohen-achtig, uitzichtloos klinkend tempo, dan een Velvet-sfeertje krijgend wanneer ze vertelt over het mooie meisje dat ze op een feest ontmoette en versierde (niet in de betekenis van de kerstboom die onlangs in dit blad werd gegeven) en dat dan, in de korus, overgaat in het onvergetelijke "Gloria" van Them (van Van Morrison), ook al vermeldt Patti die inbreng niet op de hoes. Een subliem nummer, zonder twijfel het beste dat uit New York is gekomen sinds "Waiting for my man" van de Velvet Underground. Patti Smith is inderdaad een revelatie. En dat zo vroeg in het jaar.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookBenny Camino
Zondag 19 oktober 2008 - 20u48
Klassieker; Al begint er toch een beetje sleet op te zitten.
Reageer ook