
Dat Waits al een poos druk in de weer is met soundtracks - hij schreef o.a. de score voor 'One from the Heart' van Francis Ford Coppola - is aan 'Swordfishtrombones' heel goed te horen: elke song roept een sfeer op die moeiteloos in beelden kan omgezet worden.
Verscheidenheid troef intussen. Het begint erg aangrijpend met het dreigende 'Underground', met puntige gitaar van Fred Tackett maar vooral beheerst door doffe drumslagen en de schorre stem van Waits, in een nummer dat zich meteen in het gehoor vasthaakt. 'Shore Leave' doet oriëntaals aan, ook in het arrangement, en ademt die mysterieuze, onderhuidse spanning uit die wel eens met Het Verre Oosten geassocieerd wordt. Zelden gaf een song beter de eenzaamheid in den vreemde weer dan deze 'Shore Leave': groots. Het rond hammond organ gedrapeerde, instrumentale 'Dave the Butcher' is de ideale brug naar het zoete 'Johnsburg, Illinois', dat in sfeer teruggaat naar de tijd van de debuutelpee 'Closing Time'; een liedesliedje zo onbeschaamd gevoelig dat het maar net kàn.
Het brute, ruige '16 Shells from a Thirty-Ought-Six' zet dat recht en leunt daarvoor op felle drums en percussie en op de groezelige gitaar van Tackett, waartussen een schreeuwerige Waits laveert die zich in dit soort uptempo-werk blijkbaar opperbest voelt. 'Town with No Cheer', inclusief doedelzak, is alweer van een heel andere orde: Waits als weemoedige, mijmerende Australische zwerver, en dito muziek. Met vlak daarna het tot meebrallen uitnodigende 'In the Neighborhood' is kant één voorbij en een minder moment heb ik niet ontdekt.
Kant twee opent met het instrumentale 'Just a Sucker on the Vine' (studie voor harmonium en trompet) en voert daarna in 'Frank's Wild Years' de Tom Waits op van de dubbele live-elpee 'Nighthawks at the Diner', de Waits ook die u kent uit de boekjes: reciterend tegen een jazzy achtergrond, de dichter op drift. I love it! Het titelnummer, met alweer die imponerende drums en exotische percussie, gaat in dezelfde geest verder maar zet een en ander nadrukkelijker in de verf. Ideaal dus om 'Down Down Down' in te leiden, dat zo brutaal en hard en, ja, dierlijk uit de boxen knalt dat de Zachte Sector zich wellicht definitief van Waits zal afwenden. Het ga hen goed. Het verstilde 'Soldier's Thing', met mooie piano en diepe akoestische bas, maakt daarna de weg vrij voor 'Gin Soaked Boy', of: Howlin' Wolf revisited. Rauwe blues, gedragen door de vervormde gitaar van Tackett en met gemene, snauwende zang van Waits, die zo te horen van de grote Wolf niets meer moet leren. Met nog één keer die verpletterende drumslagen (maar dan tegen een shuffle-ritme op 'Trouble's Braids') en een ingetogen instrumental ('Rainbirds') komt aan het muzikale festijn veel te vroeg een einde. Geen gemakkelijke plaat - door die voortdurend wisselende stemmingen - wél een superieure.





















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



1 reactie
reageer ookBenny Camino
Donderdag 10 juli 2008 - 20u55
Als Waits-fan beaam ik: zijn allerbeste! Meesterwerk!(cp) is uitskend op dreef en als het u kan geruststellen, mr. Poel: ik was 7 toen deze plaat uitkwam, ik ben er nu 32 en werk al 5 jaar in de zoganaamde Zachte Sector, maar ik heb me nooit van Waits afgewend. Absolute topplaat!
Reageer ook