Geen hond had van singer-songwriter Elliott Smith gehoord toen regisseur Gus Van Sant hem in '97 vroeg of hij een paar van zijn songs mocht gebruiken voor de soundtrack van 'Good Will Hunting'. Smith had op dat ogenblik zes platen uitgebracht: drie s...

Geen hond had van singer-songwriter
Elliott Smith gehoord toen regisseur
Gus Van Sant hem in '97 vroeg of hij een paar van zijn songs mocht gebruiken voor de soundtrack van
'Good Will Hunting'. Smith had op dat ogenblik zes platen uitgebracht: drie solo-platen en drie elpees met de net gesplitte en nooit ver buiten de eigen dorpskom geraakte groep
Heatmiser. Veel meer dan een cultaanhang bestaande uit vier en een halve verlopen dronkelap (die hem toevallig eens in een bar hadden zien optreden), een handjevol kenners van het soort dat er op de een of andere manier
altijd als eerste bij is en een rockcriticus waar sinds '72 volkomen terecht niemand meer naar luisterde, had dat Smith niet opgeleverd, en meer hoefde het ook niet te zijn. Als hij van zijn muziek kon leven, met zijn verzameling songs van bar naar bar kon trekken en af en toe met een akoestische gitaar in de zon kon neerzitten om een liedje te schrijven, was het voor hem allang goed. Gus Van Sants telefoontje gooide Smiths bestaan echter grondig overhoop: het speciaal voor de 'Good Will Hunting'-soundtrack geschreven
'Miss Misery' sleepte een Oscar-nominatie in de wacht en voor Smith goed en wel van de verrassing bekomen was, stond hij in een slechtzittende smoking op de uitreiking van de Oscars ietwat onwennig tussen
Trisha Yearwood en
Céline Dion op het podium, had hij geen Oscar maar wel een lucratief platencontract met
DreamWorks te pakken en vond plots iederéén hem fantastisch. Daar moest Smith toch even van gaan zitten. Kenners en hippe vogels die het niet gezellig vonden dat hun fel gekoesterde cultheld plots door de grote massa werd ingepalmd en afgepakt, waarschuwden met dreigend opgestoken vinger dat Smiths nieuwe status ook zijn ondergang zou betekenen. Zijn persoonlijkheid en de zachte, kwetsbare folkliedjes die daaruit voortvloeiden, zouden snel bezoedeld worden door het geld, de roem en de aandacht die hem plots ten deel waren gevallen. Zijn eerste plaat voor DreamWorks (en dus zijn eerste plaat waarvoor hij een budget had), het in '98 verschenen
'XO', gaf zijn critici alvast ongelijk: ja, bij het opnemen van de arrangementen was niet op een dollar meer of minder gekeken; welzeker, links en rechts was het met een rij strijkers of blazers minder ook wel gelukt, en wat had je gedacht, het klonk allemaal wat gepolijster en afgelikter dan men van Smith gewend was, maar zijn liedjes hadden de luxueuze behandeling probleemloos overleefd. Smith had zich het hoofd ook niet op hol laten brengen: daarvoor hield hij net iets te veel van zijn eigen songs. Na 'XO' was het wel duidelijk: Elliott Smith kon nog jaren mee. Dat blijkt ook weer ten overvloede uit zijn nieuwe elpee,
'Figure 8', die gedeeltelijk in de befaamde
Abbey Road Studio's werd opgenomen en die qua klank en toonaard perfect het midden houdt tussen Smiths lo-fi, sobere vroege werk en de weelderige orchestraties van 'XO'. Het is ook de mooiste verzameling melodieën die hij tot nog toe op één plaat heeft verzameld. Opener
'Son Of Sam' zet meteen de toon: een kristalheldere melodie, rondwiekend in een heerlijk mooi arrangement, zo subtiel in elkaar gestoken dat het zelfs nauwelijks opvalt. 'Son Of Sam' legt ook fraai de typische dubbelzinnigheid van Smiths songs bloot: het nummer klinkt licht en opgewekt, maar de 'Son Of Sam' uit de titel is een seriemoordenaar die in de jaren zeventig na zonsondergang in parken en onverlichte lanen rondsloop om vrijende koppels te besluipen en te vermoorden. Het dromerige
'LA' lijkt het verslag van een wandeling door Smiths nieuwe woonplaats Los Angeles - auto's staan te glimmen in de lentezon, de wereld is één en al vrede en harmonie - maar amper twee straten ver slaat plots weer de twijfel en de innerlijke onrust toe. Op dezelfde wijze contrasteert in 'Easy Way Out' Elliots timide, bedeesde stem met de ijzige, cynische tekst:
'I heard you find another audience to bore/ a creative thinker who imagined you were more/ a new body for you to push around and pose'. Onder meer vanwege dit soort regels weigeren wij Smith te geloven wanneer hij zegt dat zijn songteksten niet of nauwelijks autobiografisch zijn. Het maakt ook niet veel uit: wat 'Figure 8' vooral indrukwekkend maakt, is de manier waarop Elliott Smith met ritmes en akkoorden die je al honderd miljard keer gehoord hebt, met strijkers en orgels en piano's die tegenwoordig iederéén gebruikt, muziek weet te maken die op de een of andere raadselachtige wijze nieuw en fris en origineel klinkt. Luister naar de vrolijk rollende piano en de
cheesy George Harrison-riff in
'Junk Band Trader', naar het prachtig aanzwellende slot van
'Stupidity Tries' -
Scott Walker op een cocktail van prozac en love drugs - of naar
'Everything Means Nothing to Me', veeleer een ijldronken
spielerei op de piano dan een song, en tegelijk een soort voorstudie van
'In the Lost and Found'.
Wat er ook gebeuren moge, hier kan de lente al niet meer stuk.
1 reactie
reageer ookMiss Morrissey
Dinsdag 5 juni 2007 - 22u27
Prachtige plaat!
Reageer ook