De rock heeft een raakpunt met de veehandel: het komt er wel eens op aan het publiek een hengst te verkopen. Als je 'Feest in de stad' van Noordkaap hoort, krijg je er namelijk een, en van de weeromstuit schiet je één gedachte te binnen: hun elem...

De rock heeft een raakpunt met de veehandel: het komt er wel eens op aan het publiek een hengst te verkopen. Als je 'Feest in de stad' van Noordkaap hoort, krijg je er namelijk een, en van de weeromstuit schiet je één gedachte te binnen: hun element is onmiskenbaar live. Niemand zal er
Lars Van Bambost ooit van kunnen beschuldigen dat hij ter hoogte van de rock het gitaarspel heeft geïnnoveerd, maar hij kent er wel deksels goed het alfabet van, en de ene doet al wat meer met dat alfabet dan de andere. In wezen is Noordkaap soliede, goedgespeelde harde rock, en een mens weet dat er op aarde nogal wat soliede, goedgespeelde harde rock bestaat. Maar als je daar dan
Stijn Meuris aan toevoegt, ontstaat er iets dat verdacht veel op een eigen identiteit begint te lijken. Meuris had, indien hij onder een slecht gesternte geboren was, van dat hoge, alle hard rock verziekende hulpgeroep-wegens-te-krappe-jeans kunnen voortbrengen, en in zulke omstandigheden waren zowel hij als z'n bandje vee! banaler geweest. De zangstijl van Meuris is niet aan knellend kruis te wijten: hij zingt als een doorleefde tragediespeler, terwijl zijn wereld hem insluit in een onheilspellend opera-decor. Kortom: zijn hart gutst omdat het kàn gutsen.
'Kwaad zonder een reden / haal me weg / ik ben nooit tevreden', kermt hij in
'Rücksichtlos', de beste song van de plaat: een aardige samenvatting van de onderliggende motor van alle rock 'n' roll, en dus ook die van Noordkaap. Die stuwende overgave gekoppeld aan pulserende slagaders en
Leidenschaft, om eens een goed Limburgs woord te gebruiken, zit in haast alle songs: zeker in het woest zwoegende
'Stil verdriet', het waarlijk wanhopige
'De telefoon weent', en de op de snelle vernietiging van merg en been berekende lellen
'Dans met mij' en
'Sta me bij'. Soms wordt er wat trager aan het leven geleden: in de zeer aanschouwelijk gemaakte
malaise '
Feest in de stad' bijvoorbeeld, en ook in het
lamento amoroso 'Kippevel'. De meeste songs gaan over liefde, maar dan zonder rozegeur of maneschijn: liefde, onvergetelijke vrienden, is namelijk een oud zeer, en zo hoort ze in goeie songs bezongen te worden.
Het is bekend dat Meuris lang geleden, toen Noordkaap al enigszins bestond, geobsedeerd was door de scheepvaart en het zeemansleven en ook wel door locomotieven en kaartjesknippers. Het jongensboek 'Drie knapen en een lekke trekschuit' en het naslagwerk 'Spoorboekje' waren hem niet in de kouwe kleren gaan zitten. Hij ging daar zelfs conceptueel over denken. Van die periode zijn nog sporen (ook toevallig!) te vinden op 'Feest in de stad': 'Muiterij aan boord' is mooi dramatisch, er zit een accordeon en een schijntje Brel in, en de keyboards van Serge Feys deinen als dreven ze in het ruime sop, maar toch: dit nummer wijkt sterk af van de algemene stijl van de plaat. 'Pacific naar m'n hart' loopt als een trein, maar dat soort boogie vermag mij, een eenvoudig gebleven forens, niet naar ongekende verrukkingen op te zwepen. 'Paris Texas' evenmin: te veel artistieke sfeerschepperij en bijbehorende voordrachtkunst. 'Regen en ruïnes', dat ook een beetje weigert in het geheel opgenomen te worden, is dan weer wel zeer mooi: John Cale voor Nederlandstaligen verklaard. En dan is er natuurlijk nog 'Arme Joe', dat u kent en dus ook fantastisch vindt; de plaat opent overigens met een Nino Rota-achtige, verdacht lichtvoetige fanfare-versie van deze eens zo belachelijke Tura-klassieker ('Feestfanfare').
Maar eventjes serieus nu: 'Feest in de stad' is geen wereldplaat, maar het is wel een belovend debuut, en voor Noordkaap zeker een goeie reden om schaamteloos tussen de
Kecks en
The Scene in te gaan staan.
0 reacties
reageer ookReageer ook