
'Black out the windows, it's party time'
, fluistert Greg Dulli aan het begin van 'Blackberry Belle'. Sinds hij met Afghan Whigs het verpletterende 'Gentlemen' op de onvoorbereide mensheid losgelaten heeft, weten we echter dat hij niet your usual parties organiseert, maar vunzige slemppartijen waarop liederlijke lusten een tango dansen met Pietje de dood. Niet verwonderlijk dus dat de volgende regel luidt: 'You know how I love stormy weather, so let's all play suicide'. Aan het einde van deze cd, in het slierende 'Number Nine' werpt de anonieme verteller zijn masker af en ontpopt zich als - verrassing! - hij-die-in-het-hiernamaals-het-vuur-doet-branden.Op deze tweede cd van The Twilight Singers (lees: Dulli en een onvaste verzameling prima muzikanten) wisselt de duivel geregeld van outfit. 'You wanna go for a ride?', grijnst hij in 'Teenage Wristband' de uitnodiging voor een death trip die uitmondt in een brok geile, stormachtige rock. Van hetzelfde laken een zwart pak: 'Decatur St.' en 'The Killer'. De gothic soul van 'Papillon' is alleen maar schijnbaar rustig, want onderhuids gloeit een verlangen naar zelfvernietiging: 'If down iz up - I think I'll be doin alright, tonite.' En wie het dan nog niet begrepen heeft, krijgt in het roezige, door nerveuze gitaren voortgestuwde 'Fat City (Slight Return)' nog snel een samenvatting: 'To die is to fly.'
'Blackberry Belle', losjes geïnspireerd door Jack Londons roman 'Martin Eden', is een broeierige film noir, die zich het best laat genieten tijdens het uur van de wolf.




















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook