
Er zijn in de loop der tijden al heel wat vreemde snuiters langs deze kolommen gepasseerd, maar would-be operazangers die met hun afwijking nog goed wegkwamen ook? Don't think so.
Tot vandaag dus, want op 'Grown Backwards' waagt David Byrne zich met veel zwier aan twee aria's: 'Au Fond du Temple Saint' van Georges Bizet (uit de opera 'Les Pêcheurs de Perles', Byrne krijgt vocale assistentie van Rufus Wainwright) en 'Un di Felice, Eterea' van Giuseppe Verdi (uit 'La Traviata'). De gemiddelde rockliefhebber gooit nu luidkeels gillend zijn Humo van zich af - zéker als hij weet dat het zeskoppige strijkersensemble The Tosca Strings op 'Grown Backwards' een hoofdrol speelt - maar hij riskeert dan wel een fijn plaatje mis te lopen.
Voor ons hoéfde Byrne geen opera te zingen - we bidden dat zijn voorbeeld niet tot navolging strekt - en een beetje abonnee van de Muntschouwburg zal 's mans uitvoering van beide aria's niet anders dan met een aarzelend 'Wellah...' kunnen omschrijven, maar zijn interpretaties blijven wel aan het lijf plakken, én ze sluiten naadloos aan bij de 'normale' popsongs op de plaat. Byrne laat op 'Grown Backwards' met succes de vele invloeden die hij in de loop der jaren heeft opgezogen tot één geheel samenkomen: de rock uit de prille beginjaren van Talking Heads, de white funk, de wereldmuziek, de tango, zijn fascinatie voor pop, zijn dans- en filmmuziek, het zit er allemaal in, soms zelfs in één en hetzelfde nummer. De toon wordt nu eens gezet door één instrument (de marimba, de koebel, de dobro), dan weer door de Zuid-Amerikaans aandoende percussie, het schallende koper, de prominent aanwezige strijkers, of door de avontuurlijkheid die Byrne in zijn songs toelaat: de hakkerige opbouw, de wisselende stemmingen, de vreemde instrumenten (ooit al van spaghetti percussion of kitchen implements gehoord?) en de vernuftige arrangementen. Op papier klinkt het topzwaar, op plaat valt het wonderwel mee: de gelaagdheid staat de toegankelijkheid niet in de weg. Intelligente popmuziek met lange houdbaarheidsdatum: fijn dat het nog kan. Hoogtepunten? Het openingsnummer 'Glass, Concrete & Stone', dat u misschien kent van de aftiteling van 'Dirty Pretty Things' van Stephen Frears uit 2002, de Lambchop-cover 'The Man Who Loved Beer', de uithalen naar George Bush Jr. (in 'Empire' en in 'Astronaut'), de New Orleans funk van 'Dialog Box', de Montmartre-tinteling in 'Civilization' - maar ach, eigenlijk álle songs op 'Grown Backwards', het Mills Brothers-achtige 'Why' even buiten beschouwing gelaten.
Na Emmylou Harris en Randy Newman heeft het stijlvolle Nonesuch-label opnieuw een groot artiest in de armen gesloten. Aan u om hetzelfde te doen!




















![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)



0 reacties
reageer ookReageer ook