Smog - A River Ain't Too Much to Love

cd-reviews Zaterdag 23 juli 2005, door (gvn)

Onlangs zei comedian Henry Rollins dat hij de ambitie heeft een Lifetime Achievement Award te winnen for hating just one person: George W. Bush. Bill Callahan van Smog is al tien (!) platen lang een geboren kanshebber voor de loopbaan-award in de Afd...

88_catalogue_1260_detail.jpg

Onlangs zei comedian Henry Rollins dat hij de ambitie heeft een Lifetime Achievement Award te winnen for hating just one person: George W. Bush. Bill Callahan van Smog is al tien (!) platen lang een geboren kanshebber voor de loopbaan-award in de Afdeling Depri-Country. Nu de nieuwe Smog-cd 'A River Ain't Too Much To Love' er is, mogen we stilaan gaan denken aan een winnaar buiten categorie. Alleen al die griezelig traag gezongen openingszin: 'Why is everybody looking at me/like there's something fundamentally wrong/Like I'm a southern bird/that stayed north too long?'

Op zoek naar de juiste toon woont Bill Callahan - een man met een aan Johnny Cash, Kurt Wagner, Lou Reed en Leonard Cohen verwante stem - trouwens geheel terecht in het Vrije Westen. In een land als Cuba zou hij zijn Smog-songs nooit geschreven krijgen. Hij zou te snel worden afgeleid door perfecte vrouwenkonten.

Maar dé vraag is: waarom is 'A River Ain't Too Much To Love' de beste Smog sinds 'Red Apple Falls' van acht jaar geleden? Een vraag die we slechts met meer vragen kunnen beantwoorden: 'Ligt het aan Willie Nelsons Pendernales-studio in Austin, waar Callahan samen met bassiste Connie Lovatt en drummer Jim White in tien dagen de cd inblikte?' 'Is het omdat de groep niet langer (Smog) heet?' 'Is Smog kaal en uitgebeend op z'n best?' 'Zijn de droge, wrange kwartgrappen dit keer net iets straffer dan anders?' Vier keer ja, dus.

'A River' is soms verwarrend, soms pakkend, soms filosofisch, en toegegeven: het grensgebied tussen algemeen aanvaarde logica en Callahans eigen waarheid wordt serieus uitgekamd. Dé waarheid die blijft is: op 'A River' gebeurt amper iets. Callahan mijmert ergens over een hutje op de heide: 'Oh, to live in the country... to take a wife and no paper/never again to wonder/did that rapper rape her'. Soms zit Callahan in de middagzon: 'With sunlight around/my skin turns brown/and you wouldn't know me from your pa/ or Adam/ or Allah/ but I haven't changed'. Een andere keer roept Callahan iets in een waterput: 'A couple of hoo-iiie's, a hello and a fuck all y'all' om precies te zijn. En er is de bijna-cover van Leadbelly's stokoude 'In the Pines' - een song die we van de 'Unplugged'-cd van Nirvana kennen: Smog op z'n luchtigst en toegankelijkst. Er is ook 'Rock Bottom Riser': Smog's meest aangrijpende song sinds 'To be of use'.

'A River Ain't Too Much To Love' is één van de weinige uitstekende platen van Smog, bijvoorbeeld omdat er geen wegwerpsongs op staan, én omdat niemand zal achterblijven met een luisterhoofd dat bonst van de bekentenissen en inzichten.

Ik leg 'm wel opzij voor wanneer het vroeger donker wordt.

0 reacties

reageer ook 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

cd-reviews - Archief

Zoeken in cd-reviews:

Reviews per artiest:

Reacties en commentaren

Jouw aanraders

cd-reviews