
Toptracks:
- Don't Stare at the Sun
- She Brings the Sunlight
Vóór Hawley ontdekte dat hij de voetsporen van zijn helden Scott Walker, Lee Hazlewood en Roy Orbison kon drukken, was hij immers een rock-'n-roller.
Gitaar op elf, solo's als zwiepende scheermessen, woeste rockabilly: Hawley heeft het allemaal gedaan, onthouden en – als om af te kicken van de orkestrale arrangementen – in nieuwe songs gegoten.
Opener 'She Brings the Sunlight' klinkt als Morrissey met een geut Oasis en Jimi Hendrix en een snuifje 'White Light/White Heat' van de Velvets – een mix die zowel bigger than life als subtiel klinkt, en ook een beetje als het statement van een als klassieke balladeer bekendstaand artiest, die langs zijn neus weg laat weten dat hij best in staat is om een festivalwei plat te spelen mocht dat nodig blijken.
Hawley deinst er ook niet voor terug zijn gitaar als fallus te gebruiken: 'Time Will Bring You Winter' ruimt anderhalve minuut in voor druggy solo’s, en vervolgens schakelen 'Leave Your Body Behind You' en 'Down in the Woods' nóg een versnelling hoger.
Bijna alle nieuwe songs klinken als een psychedelische fanfare onder leiding van Syd Barrett: kleurrijk, fantasievol, technicolor, widescreen. En luid. En spetterend en energiek – Hawleys midlifecrisis is tegelijk een verjongingskuur.
Niettemin is het absolute hoogtepunt toch weer zo'n middernachtelijke ballad, al is dat label te beperkend voor het spacey, euforische 'Don’t Stare at the Sun': prachtige melodie, wonderlijke akkoordjes, perfect gearrangeerd en gezongen – tot nader order mijn favoriete song van 2012.
Een juweeltje van een gevoelig man in een wilde bui.




























0 reacties
reageer ookReageer ook