We love Lou + Bowie Resurrection (OLT Rivierenhof)

, door ()

lou 1200

Het optreden in de Roma was bijwijlen creepy en hallucinant omdat Lou – the one and only – daar in z’n hoogdagen zélf had geschitterd, als briljant levend lijk. Tom Hannes koos voor die look: het geblondeerde, kortgeschoren rock ’n roll animal in zwart doorkijkhemd en leren vest met studs – zie: de hoesfoto’s van ‘Rock ’n roll animal’, ‘Lou Reed Live’, ‘Metal Machine Music’ en ‘Sally can’t dance’.

In het Rivierenhof was het dozijn muzikanten iets slordiger – er waren valse noten, er werden cues gemist, en op een paar dronken passanten na geloofde niemand helemaal dat Bowie en Reed daar stonden. Maar de ziel van dit ambitieuze spektakel zat goed, en qua inzet, goesting en speelplezier verdienden Hannes & Co tien sterren. Volgens de weduwe van filmregisseur Stanley Kubrick had de perfectionist Kubrick één motto: ‘Either you care or you don’t’. Hannes & Co cared. De lichaamstaal van Tom Hannes was voor zowel Bowie als Reed uitstekend bestudeerd én hij heeft zelf charisma, al is hij twee koppen te groot voor de kleine Lou. Ter vergelijking: pakweg The Ramones coveren is een stuk simpeler dan Bowie en Reed.

De eerste song van We Love Lou was ‘We’re gonna have a real good time together’, en dat was geen leugen. De groep bleef overeind, zowel tijdens de rockers als tijdens meer subtiele miniatuurtjes als ‘New York Telephone Concersation’. Zelfs ‘Street Hassle’ klonk goed, ook zonder cello’s en zonder Bruce. En die attente ‘Lou’ had zelfs ‘Nico’ en ‘Moe Tucker’ meegebracht.

Hannes is uit Aantwaarpe en zijn Engelse bindteksten in een poging tot respectievelijk South London en Brooklyn accent verbraken de illusie vaak. Maar ze waren wel lollig. Als Bowie grapte hij quasi-achteloos: ‘My friend Lou has spent a lovely day in your city. I guess he fed animals in the zoo… Drank sangria in the park… Maybe saw a movie too… And then home’ – zo geplukt uit ‘Perfect Day’. Met de witte windel uit ‘Lazarus’ voor z’n ogen gebonden vroeg Hannes kurkdroog: ‘Where is everybody?’ Een uur later, als Lou, grapte Hannes ‘I had a really good conversation with your mayor today. He’s a really nice guy’. Lou Reed met Bart De Wever aan tafel, daar had ik grof geld voor betaald. Maar Hannes’ beste grap kwam na ‘Heroin’: ‘Let’s continue in the same vein’.

Hannes & Friends plukten uit het beste van de jonge Lou – geen enkele song dateerde van na 1978. Soms was Hannes iets te ambitieus – het is al moeilijk om ‘Life on Mars’ tamelijk goed te zingen en aartsmoeilijk om het perfect te zingen. Maar alles uit ‘Berlin’ – ook een stuk moeilijker te spelen dan het lijkt – klonk goed. En de onverwachte uitsmijter ‘Sally can’t dance’, een song die Lou zelf na 1975 nooit meer live speelde, was swingend én funky.

Hannes speelde z’n eigen voorprogramma als de stervende Bowie van ‘Lazarus’. Het was een simpel opzet, met minimale middelen, maar het werkte. Zelfs de solo a capella versie van ‘Ashes to Ashes’ kreeg het Rivierenhof muisstil, en dat lukte Hannes & Co ook met ‘The Bed’. Niet vanzelfsprekend, want dit was een gratis concert en dan krijg je altijd een hoop mensen die toevallig in de buurt waren en die het niet nodig vinden om geconcentreerd te luisteren of te zwijgen. Dat het publiek gaandeweg ‘Ashes to Ashes’ spontaan begon mee te zingen, zonder dat Hannes daar om vroeg, zegt iets over hoe het Hannes & Co waardeerde én over hoe goed men de tekst van zelfs zo’n minder grote hit kent.

Af en toe had deze lowbudget show ook iets aandoenlijks. Soms leek het even alsof Bowie en Lou aan lager wal waren geraakt en ze genoegen moesten nemen met een optreden in een relatief kleine openluchtarena in een kleurloze voorstad van Antwerpen.

Maar aan het eind, na de bis ‘Vicious’, stonden 800 mensen op van hun Humo-kussentjes en gaven ze de elf muzikanten een staande ovatie. Terecht. Geef Hannes & Co een goeie manager en een boekingsagent, en nog een handvol repetities om de zaak te finetunen, en ze kunnen zo internationaal de hort op als respectvolle en geloofwaardige tribute band. De Engelsen/Amerikanen zullen het niet beter doen.

Ooit zal het hologram van Jimi Hendrix een gitaarduel aangaan met het hologram van Prince. Ooit zullen de hologrammen van Lou en David duetteren. Al dat soort stunts staan onze nazaten te wachten, omdat iemand er geld aan zal kunnen verdienen. Alvast niét de nazaten van Jimi, Lou en Prince, want die hadden ze niet. Anderzijds: mensen met zo’n talent en zo’n oeuvre laten een hele generatie kinderen na.

Deze herfst strijkt in ons land de zogenaamd beste Bowie imitator op de planeet neer, ‘Je ziet geen verschil met de echte!’ Ach. Nee, de realiteit is: Lou, David en Prince zijn voorbij, en ze komen nooit terug. Tel Amy en Michael Jackson daar nog bij en het waren recent sombere jaren. Onze nazaten zullen het moeten doen met ersatz, het muzikale equivalent van virtuele seks. Ik heb gemengde gevoelens over tribute acts en nog meer gemengde gevoelens over het in rocktermen voorlopig zwarte jaar 2016. Maar zoals Monty Bowie al zong: ‘Always look on the bright side of life!’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven