'Lazarus', de musical van David Bowie (Londen, 25/26 oktober 2016)

, door ()

'Aan de muzikanten kan het niet liggen, die waren uitstekend, maar de arrangementen waren lauw, krachteloos, bijwijlen gecastreerd'

Ik wed dat hij in elk geval niet blij zou zijn geweest met de locatie: geen theater en evenmin een verlaten pakhuis of een andere aliënerende locatie waar een man who fell to earth niet uit de toon zou vallen. Wel een soort prefab bungalow annex veredelde tent, tijdelijk neergeplant tussen twee treinstations, en boven een metrostation. En alsof de geluiden daarvan (én die van het verkeer vlakbij) tijdens de stille momenten niet genoeg stoorden, vloog tijdens de opvoering die ik zag tot drie keer toe een helikopter over.

Michael C. Hall, die alien Thomas Newton speelt, ijsbeerde al twintig minuten voor aanvang, terwijl het publiek binnenstroomde, in gedachten verzonken over het podium. De muzikanten die live speelden, stonden het hele stuk opgesteld achter een glazen wand. Het witte decor is kaal, op een videowall, een ijskast en een bed na. En rechts in de hoek een old school platendraaier met een handvol elpeehoezen van Bowie ernaast. Het panorama achter de muzikanten is een grootstad, dé grootstad, het New York waarin Bowie zelf minder dan een jaar geleden nog dagelijks anoniem rondliep.

Ik blijf de uitvoering van Bowie’s muziek in dit stuk een tikje Andrew Lloyd Webber-achtig vinden, zeker als de dames zingen. Het stoorde minder dan op cd, maar het was op geen enkel moment indrukwekkend of ontroerend. Les één: rock ’n roll is 99% charisma. Les twee: het arrangement is àlles – speel klassiekers wat trager, met meer instrumenten, of met minder intensiteit, en ze werken niet meer. ‘Heroes’ werd ontdaan van z’n impact en z’n zeggingskracht. ‘This is not America’, ontdaan van dat briljante arrangement en gezongen door een vrouw, werkte evenmin. ‘The man who sold the world’, ‘Changes’, ‘Life on Mars’… Aan de muzikanten kan het niet liggen, die waren uitstekend, maar de arrangementen waren lauw, krachteloos, bijwijlen gecastreerd. En af en toe leek het muzikale gedeelte op een karaoke avond met overmoedige zangers.

Misschien ligt het aan mij, want ik ben geen fan van moderne dans. Ik geloof evenmin in het mengen van tonen – een tragikomisch stuk gaat altijd ten koste van één van de twee – ik moet nog de eerste film of het eerste toneelstuk zien die/dat me kan doen lachen én kippenvel geeft. Ik vond deze choreografie vaak vergezocht, ongeloofwaardig en inconsequent. En zelfs al voer je een buitenaards wezen op, een alien die we niet kennen en dus niet kunnen beoordelen – er is geen norm voor dus je kan niet vaststellen of hij beantwoordt aan de norm -, dan nog moet zijn uitstraling geloofwaardig zijn.

Zelfs de ‘echte’, aardse mensen in dit stuk waren niet geloofwaardig. Bijwijlen zag ik overacting van het niveau van, pakweg (ik ben geen fan) ‘Friends’. Ik vind: ofwel zet je een alien neer die ijzig impressionant is, die indruk maakt als bizarre, dreigende figuur. Ofwel laat je hem (en de anderen) te pas en te onpas dansjes (tijdens ‘It’s no game’) en grappen maken. En ofwel is hij dood, ofwel niet. Wel meer personages waren eerst dood, dan weer levend, dan lijk, dan weer verrijzend ondanks en hectoliter bloed en veertig messteken… Het verhaal was flinterdun en hing met haken en ogen aan elkaar. De dialogen zouden de minimumeisen van een goeie HBO-serie niet halen. En de videowall werd adequaat benut, met beelden van New York, Nixon, Bowie, Warhol… Maar als je bedenkt wat U2 daar twintig jaar geleden al mee deed, kon het beter.

Slécht was ‘Lazarus’ op geen enkel moment. Er was altijd wel iets te zien, een inventief beeld, een onverwachte wending, iets dat sexy of intrigerend was. En soms werd een groot effect geput uit minimale middelen – wit bloed, zwarte balonnen. Maar op andere momenten (de witte tape op het podium die een raket moest verbeelden; en met witte stift op glas getekende planeet met daarop, voor wie het nog niet door had ‘MARS’ geschreven) was het iets té ‘Sesamstraat’. En iets waaraan David Bowie z’n zegen gaf en waarvan de regisseur (de ‘Nederlander’ Ivo Van Hove, volgens The Guardian, een krant die ongetwijfeld nog steeds denkt dat Jacques Brel een Fransman was) alom prijzen wint, schept nu eenmaal huizenhoge verwachtingen.

En Bowie zélf was in de film van Nicolas Roeg (naar het boek van Walter Tevis uit 1963 – toen aliens meer dan nu het nieuws en het publieke bewustzijn beheersten) véél geloofwaardiger als alien dan Michael C. Hall. Bowie speelde in 1976 de starman Thomas Newton als vis op het droge, afwezig, letterlijk niet van deze wereld, dromerig, kil en contactgestoord maar toch fascinerend en charismatisch. Hall, een uitstekend acteur die in ‘Dexter’ een heel geloofwaardige psychopaat neerzette, was hier op geen enkel moment iets anders dan een beetje vervelende, wispelturige, egocentrische méns. Ik zag dat Hall op z’n rechtervoet een bizarre tattoo had waarvan ik niet weet of die privé is of eigen is aan het personage: een soort blauwe windmolen op een bed van miniatuurpiramides.

Ik was aan het eind zo gefrustreerd dat ik me er niet van kon weerhouden om tegen de Duitse pubers met blauw haar naast me te zeggen: ‘Weet dat de échte Bowie oneindig veel charismatischer was dan wat je net zag’.

‘Dat weten we,’ antwoordde hun ook wat teleurgestelde moeder die haar kroost vanuit Frankfurt tot bij ‘Lazarus’ had gesleept.

Maar daar moeten we het nu mee doen. De keuze is: technisch uitstekende maar zielloze imitatoren à la David Brighton (die nu op wereldtournee gaat als ‘The Ultimate David Bowie Experience’), ofwel musicals zoals deze ‘Lazarus’. Ik vind voorlopig geen van beide bevredigend. En the real thing is niet langer beschikbaar, tenzij het clonen ooit écht gangbaar wordt. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven