Concertreview: Elvis Costello (De Roma, 11 en 12 maart)

, door ()

elvis costello 1200

Het zegt wat over de status die Costello in Engeland geniet dat superkomiek Harry Enfield bereid is om hem te introduceren in een video, als het typetje van een kleffe vintage showbizz creep. Het hele decor van Costello’s Detour toernee was trouwens zwaar retro, compleet met lampenkap, fifties televisieset, primitieve Napoleon Dynamite megafoon en old school dandy hoed en wandelstok. ‘This tour is called the Detour (omweg) tour ‘cause that’s what we call de (the) tour where I come from’, zei Costello – ’t was niet z’n enige doordenker waarvoor je kennis van de Engelse taal op scherp moest staan. Een andere was ‘The crappy design of this instrument more than makes up in fidelity, which is more than you can say of most men’ was een andere.

Ironie was een van z’n wapens, de hele avond door (‘…I was staying at the ritzy Howard Johnson hotel’ – in werkelijkheid is dat een goedkope luizenbak voor beginnende muzikanten met een luizig budget).

Hij grapte over Apple: ‘I got a job in computers… back then it was just me and a guy called Steve’.

De voormalige alcoholist Costello was ook niet vies van zelfspot: ‘I was trying to rid the world of alcohol… mostly by drinking it’. En: ‘She was a siren in a slinky satin dress sipping a Singapore Sling… Try saying that after five or six Singapore Slings’.

Costello – met zonnebril en knalrode hoed en schoenen die ze in Engeland brothel creepers (bordeelsluipers) noemen – bespeelde zeven gitaren, een piano en een ukulele. Niet altijd even goed, om eerlijk te zijn: soms zo onstuimig dat de song er onder leed – een punk van 62. Hij was ook niet altijd toonvast, maar zijn bezieling en passie en gevoel voor humor compenseerden die minimale foutjes ruimschoots.

Tijdens zijn Spectacular Spinning Songbook toernee van een paar jaar geleden mocht het publiek de songs kiezen, deze keer deed hij het zelf. Er waren songs over lange vergeten actrices (het mooie ‘Stella Hurt’, over Teddy Grace’s ‘fall from grace’).

Ik miste The Attractions en de Confederates en de Imposters tijdens songs als ‘Watch Your Step’, ‘Pump It Up’, ‘I Can’t Stand Up for Falling Down’ en ‘Watching the Detectives’, al deed Costello’s subtiele gebruik van een loop pedal hem bijwijlen als een groep klinken. Vooral ‘Watching the Detectives’ ontaardde in iets dat een spookorkest voor een horrofilm had kunnen maken. Het had nog weinig uitstaans met het origineel, maar ’t klonk potent. En natuurlijk tourt Costello tegenwoordig solo (net zoals Randy Newman dat al jaren doet) omdat het minder kost en dus meer opbrengt dan een groep. Maar ik denk niet dat iemand in de Roma kloeg, zeker niet toen Costello op zaterdag tijdens een prachtig ‘I Want You’ akoestisch en onversterkt een wandeling doorheen de zaal maakte – zondag deed hij dat niet, maar was de versie zo mogelijk nog beter en passioneler en op electrische gitaar, met de mooiste subtiele effecten (echo, vibrato, tremelo…) die wat in wezen een simpele love song is optilden tot het niveau van mythische hymne.

Op de als Lupe-O-Tone retro-tv aangeklede videowall (nou ja, een veredeld wit gordijn) kwamen foto’s uit Costello’s verleden voorbij, afgewisseld met beelden van legenden uit Hollywood en Tin Pan Alley. En een affiche van een festival uit de jaren tachtig met onder andere David Bowie en Lou Reed – Costello is de enige overlevende van de line-up van toen.

Het werden twee storyteller shows, een format dat, en daar krijgt hij te weinig waardering voor, min of meer werd uitgevonden door Ray Davies. Unplugged, met een arsenaal aan grappen en anekdotes.

Declan Patrick Aloysius MacManus zette zowat heel z’n stamboom in het zonnetje, van z’n grootvader die als trompetspeler de loopgraven werd ingestuurd via z’n croonende overspelige vader tot z’n tantes en zussen – de aanleiding voor een ingetogen ‘Jimmie Standing in the Rain’, met een flard ‘Brother Can You Spare a Dime’ er bovenop. ‘Mijn grootvader was net geen dwerg: rechtstaand was hij kleiner dan zijn geweer met bajonet. Wij MacManussen groeien elke generatie tien centimeter. Binnen honderd jaar zullen we een ras van reuzen zijn.’

Zijn vader Ross (Declan, Elvis is er de dubbelganger van) trad op die legendarische avond in 1963, toen tijdens de Royal Variety Performance John Lennon zei ‘U kan applaudisseren, en de mensen in de dure loges (hij bedoelde de koninklijke familie) kunnen met hun juwelen ratelen’. Costello zei droog: ‘Omdat Marlène Dietrich, Burt Bacharach en die vier gastjes uit Liverpool die avond de show stalen, herinnert niemand zich dat mijn vader toen ‘I Had a Hammer’ speelde, een van de favoriete arbeidshymnes van de Queen Mother, heel begrijpelijk, in acht genomen dat zij zelf in haar hele leven geen seconden had gewerkt’.

Op het scherm verscheen eerst een schattige foto van de vijfjarige Declan aan de piano, dan de eerste van een reeks foto’s van z’n vader Ross. ‘Mijn vader kwam al op tv toen ik vier jaar oud was. Eén keer betrapte mijn moeder me toen ik, gewapend met een schroevendraaier, achter de televisie zat: ik wilde kijken of papa daar nu echt in zat. Eén schroeverdraaiermoment later en ik had hier niet gezeten. Mijn vader was een crooner, die leek op Peter Sellers of, voor de jongeren onder u, op Austin Powers. Hij speelde pragmatisch waar de markt om vroeg, zelfs covers van ‘It’s Not Unusual’ van Tom Jones of ‘See Emily Play’ van Pink Floyd. Maar later heeft hij een psychedelische periode gehad met zijn groep: The Hand Embroidered Lemon Peel. Al heb ik hem er altijd van verdacht dat dat slechts een manier was om hippiegrietjes te versieren.’

Elvis vertelde ook hoe z’n vader ook op cruiseschepen had gezongen, één keer voor Duke Ellington: ‘Ik heb de handtekening nog die mijn vader aan Duke heeft gevraagd. Duke Ellington was doodsbang om te verdrinken en ijsbeerde dag en nacht over het dek om wakker en alert te blijven in geval het schip zonk – true story. Deze song gaat over mijn vader…’ Waarop hij een mooi ‘Suit of Lights’ inzette.

Er waren heel wat songs over al dan niet spaak gelopen relaties en overspel, niet verwonderlijk voor iemand die met jazzgodin Diana Krall aan z’n derde huwelijk toe is: ‘No Man’s Woman’ (inclusief verwijzing naar Donald Trump en het droge commentaar ‘Behind every throne there’s a woman saying ‘Oh my god what have I done?!’), ‘She’s Pulling Out the Pin’, ‘I’ll Wear it Proudly’…  Vooral ‘Stripping Paper’ was mooi: ‘Dit gaat over een vrouw die na haar echtscheiding in haar appartement de lagen behangpapier verwijdert, tot ze belandt bij de laag die er hing toen ze haar man indertijd leerde kennen. Dit is wellicht de eerste song ooit over binnenhuisarchitectuur.’

‘Walkin’ My Baby Back Home’ droeg Elvis op aan vrouw en kinderen, ver weg, thuis. ‘Het is zaterdagavond, dus terwijl wij hier gezellig zitten, maken mijn kinderen vlijtig hun huiswerk,’ zei hij sarcastisch. ‘Nee, ze zijn al tien jaar dus ongetwijfeld zitten ze nu whisky te hijsen en sigaren te roken.’

Hij bracht ook hulde aan Allen Toussaint - ook al dood. ‘Ik leerde hem kennen toen we samen aan een song van Yoko Ono werkten - niet de manier waarop ik dàcht hem te zullen leren kennen. Allen vond alle Attractions sympathiek, dat kon zelfs ik niet zeggen. Hij heeft me in zijn gouden Rolls Royce meegenomen naar een vriendin van hem die broccoli zou maken – ik dacht eerste dat ‘broccoli eten’ codetaal was, of New Orleans slang. Broccoli eten met een legendarische pianist, je kan het niet verzinnen. Ik heb later nog een eigen arrangement gemaakt van zijn ‘Tipitina’: ik heb gewoon alle moeilijke akkoorden weggelaten.’

‘Shipbuilding’ was zeker een hoogtepunt. ‘Veronica’, ‘Less than Zero’ en ‘Every Day I Write the Book’ ook, al bekende Elvis dat hij die laatste song lang haatte: ‘Ik schreef ‘m op tien minuten tijd en toch werd het een hit, en als goede katholiek voelde ik me daar lang schuldig over’. Hij speelde ook een paar songs uit een musical waaraan hij al enkele jaren werkt (‘Geen zorg, er komt geen cat of phantom in voor. Wel een duivel, da’s altijd handig.’)

Toen zondag ergens in de zaal een glas omviel, grinnikte Elvis, die in Antwerpen op elfkroegentocht was geweest ‘Ah, het geluid van bierflessen die door de zaal rollen – altijd een goed teken, en een geluid dat ik gek genoeg vaker in België hoor dan elders. Het ligt wellicht aan al die bier stokende monniken hier.’

‘Alison’ was het voorlopige slotakkoord van de set, akoestisch en onversterkt gebracht op de rand van het podium – een showstopper, zoals de Amerikanen dat noemen. Je kon letterlijk een speld horen vallen – dát is de kracht van een onverwoestbare topballad gebracht door een doorwinterd entertainer. Ook mooi dat uit het publiek een sporadisch neurieën weerklonk, alsof de drang groot was mee te zingen maar de drang om elke noot die Elvis zong volledig op te slorpen nog groter.

Zoals vaker speelde Costello een stuk of duizend bisnummers, waaronder ‘She’ (‘Een song uit mijn flamenco-cd, ik heb me laten vertellen dat die in België goud heeft gehaald.’), ‘(What’s So Funny about) Peace, Love and Understanding’ en ‘45’ (‘Mijn moeder was al op haar veertiende verkoopster in een platenzaak. Mijn ouders leerden elkaar daar kennen, dus je kan wel zeggen dat ik zonder platen nooit had bestaan.’)

De twee shows liepen grotendeels gelijk en Costello vertelde ook een aantal spontaan lijkende grapjes twee keer (‘I didn’t want to be a magician…did I say ‘Magician’? I meant ‘musician’’)‘…film noir…which is French for, eh, film noir.’ , ‘…Just like me, she had to leave town and change her name to become famous. Just like me, she looks pretty good in a cocktail dress.’)

Toch improviseerde hij ook vaak. Eén keer, niet in Antwerpen maar in de States, brak tijdens ‘Accidents Will Happen’ een snaar van z’n gitaar. Andere muzikanten leggen het nummer dan stil tot hun roadie een andere gitaar brengt. Costello daarentegen zong verder terwijl hij naar de piano stapte en speelde ‘Accidents will happen’ daar verder, ter illustratie van de titel. Dát soort, alerte, ervaren, altijd op z’n pootjes belandende muzikant is hij.

Ook ‘Accidents Will Happen’ was goed voor een anekdote over een wilde affaire met een vrouwelijke taxichauffeur in Tucson, Arizona: ‘…lang voor een muur die staat scheidde van Mexico.’

Het zegt wat over Costello’s oeuvre (geen te duur woord) dat je met twee shows van in totaal 5 (vijf!) uur en veertig songs toch op je honger bleef zitten: geen ‘God Give Me Strength’ (hij kan de hoge noten niet meer aan), geen ‘Chelsea’, geen ‘New Lace Sleeves’, geen ‘Jack of All Parades’, geen ‘Briljant Mistake’, geen ‘My Brave Face’, geen ‘Clubland’, geen ‘Oliver’s Army’, geen ‘Almost Blue’, geen ‘When I Was Cruel’, geen…

En het zegt wat over hem, meer bepaald over zijn grootmoedigheid, dat hij beide avonden het handvol Belgen dankte die vorig jaar toen zijn concert in de Roma een uur voor aanvang werd afgelast toch de moeite hadden genomen om naar de zusjes van Larkin Poe te luisteren, ‘want ik weet dat als de headliner op het laatste moment afzegt, heel wat minder lieve mensen dan jullie het voorprogramma met flessen zouden bekogelen’.

Net zoals Randy Newman maakt Costello soms grapjes over de stad of het land waar hij speelt – Newman smaalt in België over de Duitsers en de Hollanders, en vice versa. Costello maakte geen verwijzing naar ‘King of America’, de cd die eerst ‘The King of Belgium’ zou heten. Maar hij zei na ‘Deep Dark Truthful Mirror’ wel, niet zonder sarcasme: ‘Ik was niet zeker dat een trotse en bijzondere natie als België een song over zelfhaat en schaamte zou waarderen, maar zo zie je maar: die dragen we allemaal in ons’. En hij prees wel tot drie keer toe De Roma (‘This beautiful theater…’) en indirect de horden vrijwilligers die dat unieke project draaiende houden.

Het waren niet de allerbeste concerten die ik ooit van Costello zag, maar zeker memorabele avonden.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven